Minister Henk Kamp heeft de afgelopen dagen de Nederlandse militairen bezocht in Afghanistan. Na Kaboel en Kandahar ging hij naar het kamp in Tarin Kowt in de provincie Uruzgan. Daar bereidt de Deployment Task Force onder leiding van kolonel Henk Morsink de komst voor van de hoofdmacht van 1400 man. Het bezoek van Kamp was om veiligheidsredenen geheim gehouden.

“Wat doen we toch hier in Uruzgan?”, hield de minister de militairen in Tarin Kowt gisteren voor, vlak voordat hij een aantal van hen een NAVO-medaille uitreikte. Kamp gaf als antwoord dat je die vraag ook kunt stellen aan de wegenwacht als hij op de snelweg aan het werk is. Of aan een politieagent in een drukke wijk. “Nederland heeft geen oliebelangen in Afghanistan en we willen van de moslims ook geen christenen maken. We zijn hier om ervoor te zorgen dat Afghanistan uit de klauwen blijft van de terroristen. Om het volk in dit straatarme, verscheurde en gevaarlijke land een menswaardig bestaan te geven.”Kamp gaf aan dat in de drie jaar dat hij minister is, hij het woord vechtmissie nooit in de mond genomen heeft. “Ik praat altijd over crisisbeheersingsoperaties: opbouwen van het land waar mogelijk, vechten waar nodig."
De bewindsman toonde zich enthousiast over de “interactie met de lokale Afghaanse bevolking”. Zo is er met Nederlandse opdrachten en beton- en grintfabriek opgezet waar inmiddels honderd Afghanen werken. “De mensen hier zijn bezorgd dat wij zouden vertrekken en de Taliban weer terugkomt. Er is nu al veel wisselwerking tussen onze militairen en de lokale Afghanen”, aldus de minister.

bron:MinDef