Op 26 december 1756 kwam een aantal loges van vrijmetselaren in Den Haag bijeen om een Groote Loge op te richten. De Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden beschouwt dit als haar oprichtingsdatum en viert dan ook dit jaar haar 250-jarig bestaan. Ons jubileum is een uitgelezen kans om in de openbaarheid te treden met de betekenis van de vrijmetselarij voor de actuele werkelijkheid, stelt Diederik van Rossum, de huidige grootmeester van de orde.

Levende traditie is een belofte voor de toekomst, aldus Diederik van Rossum. In de logerituelen liggen spirituele, ethische en morele waarden besloten, maar ieder moet die er persoonlijk in ontdekken. Daarmee sluiten wij meer dan ooit aan bij een diepe behoefte in de maatschappij. Het individuele verlangen naar diepte, zingeving en mysterie is misschien nog nooit zo krachtig tot uiting gekomen als in deze tijd.
Idealen
De vrijmetselarij ontstond in het begin van de achttiende eeuw in Engeland. De nieuwe stroming bleek grote aantrekkingskracht te hebben op verlichte en vooruitstrevende mannen in heel Europa. In de eerste helft van de achttiende eeuw werd in hoog tempo een groot aantal loges opgericht in Frankrijk, België, Duitsland, Italië, Oostenrijk en andere landen. Ook in Nederland sloegen de idealen van de vrijmetselarij aan. Vrijmetselaren zijn georganiseerd in loges meestal met enkele tientallen leden met een
hoge mate van autonomie. Landelijk telt de Nederlandse Orde van Vrijmetselaren 145 loges met circa 5800 leden. Onder de orde valt ook een aantal loges in de Nederlandse Antillen, Suriname, Thailand, Zimbabwe en Zuid-Afrika, met rond de 600 leden.Als de vrijmetselarij één geheim heeft, dan is het dat ze in staat is gebleken haar eigenheid te bewaren in tweeënhalve eeuw van heftige maatschappelijke, politieke en religieuze veranderingen. De oprichters stelden zich ten doel na een lange periode van godsdiensttwisten een ontmoetingsplaats te creëren voor mensen van verschillende religieuze en politieke overtuiging. In de loges wordt gezocht naar wat mensen verbindt op het levensbeschouwelijke vlak; sectarisme en partijpolitiek worden geweerd. Centraal staat de broederlijke samenwerking tussen mensen van zeer verschillende herkomst en levensbeschouwing, een thema dat opnieuw de hoogste maatschappelijke actualiteit heeft.
Actieve rol
In de loop van tweeënhalve eeuw hebben vrijmetselaren zich in Nederland altijd flink geroerd in het openbare leven, de politiek, de wetenschap en de kunsten. En dat doen ze nog steeds. Vrijmetselarij mag dan werken met symboliek en ritueel, die moeten wél praktische betekenis hebben in de maatschappij. De leden van de Orde van Vrijmetselaren stropen daar dit jaar de mouwen extra voor op. De passer en de winkelhaak van de middeleeuwse bouwmeester en de hamer en de beitel van de steenhouwers worden door de vrijmetselaren van nu overdrachtelijk gehanteerd: ze dragen bij aan de bouw van een samenleving waarin plaats is voor ieders oprechte overtuiging en waarin mensen betrokken zijn bij meer dan alleen hun individuele bestaan. Die mooie woorden krijgen in het jubileumjaar inhoud in een veelzijdig programma van activiteiten waarmee de Nederlandse vrijmetselarij haar actieve rol in de Nederlandse samenleving symboliseert. In de periode van half september tot begin december vinden onder de noemer ORDE250 op landelijk en regionaal niveau symposia, concerten, lezingen, exposities, boekuitgaven en bijeenkomsten van vrijmetselaren en belangstellenden plaats. Het definitieve programma wordt gepresenteerd in een boekje dat begin juni 2006 verschijnt en op brede schaal wordt verspreid.
bron:Orde van vrijmetselaren