Nieuwe “Politie Brancherichtlijn Verkeer”



Politiemensen mogen tijdens hun werk, gebaseerd op wetgeving en alleen als het noodzakelijk is, verkeersregels overtreden. Veiligheid staat daarbij voorop. De brancherichtlijn is een hulpmiddel om ervoor te zorgen dat politiemensen dit veilig doen, zodat schade, letsel en dodelijke gevolgen bij de politie en burgers zoveel mogelijk worden voorkomen. Die verantwoordelijkheid voor veilig werken in het verkeer is een gedeelde verantwoordelijkheid van de werkgever én de individuele politieman of -vrouw.

Toelichting
Medewerkers van de Nederlandse politie zijn jaarlijks bij zo'n 400 ongevallen met letselschade betrokken. De gevolgen van deze ongevallen leiden in een aantal gevallen tot arbeidsongeschiktheid en soms tot volledige afkeuring. Helaas komen ook drie tot vijf collega's per jaar bij verkeersongevallen om het leven. De ernstige ongevallen doen zich vooral voor tijdens gevaarsritten en achtervolgingen. Dat zijn er ongeveer 20 per jaar.

Het invoeren van de brancherichtlijn is slechts één van de maatregelen om de veiligheid van de politiemensen te vergroten. Daarnaast zijn de opleidingen verbeterd, worden auto's veiliger ingericht en is het advies om bij auto's die rijden in de noodhulp de UDS in te bouwen, een soort zwarte doos waar gegevens van een aanrijding uit te lezen zijn. Deze 'doos' werkt preventief en geeft bij een aanrijding uitsluitsel over de oorzaak.

De brancherichtlijn geeft kaders waarbinnen gebruik gemaakt kan worden van de toegekende bevoegdheden. In bijzondere gevallen kan dus worden afgeweken. Die bijzondere gevallen worden ter plaatse door de betrokken politieambtenaar beoordeeld. Professioneel handelen staat hierbij voorop. Afwijken van de gestelde norm meldt de politieagent aan de meldkamer. De meldkamer registreert de genomen beslissing van de politieambtenaar. Bijzondere eenheden zoals arrestatieteams, observatieteams en persoonsbeveiliging zijn vrijgesteld van de meldingsplicht, met dien verstande dat zij hiervoor een protocol dienen op te stellen op basis waarvan interne registratie wordt georganiseerd

Er bestaat geen limitatieve lijst van bijzondere gevallen. Proportionaliteit staat voorop en de politieambtenaar zal altijd moeten afwegen of het doel ook op een andere wijze bereikt kan worden.
Duidelijk mag zijn dat de politie geen verdachten bij voorbaat laat lopen omdat de richtlijn het niet toe zou staan om te achtervolgen. Ook ernstige verkeersovertredingen - bijvoorbeeld het op grove wijze overschrijden van de maximumsnelheid - worden blijvend aangepakt.
 
De gevolgen bij het afwijken van de richtlijn worden getoetst aan de Wegenverkeerswet. Artikel 5 daarvan zegt dat een weggebruiker zich zodanig dient te gedragen, dat de veiligheid van het overige verkeer niet onnodig in gevaar wordt gebracht. De politieambtenaar blijft net als nu eindverantwoordelijk voor zijn beslissing om van de richtlijn af te wijken.

bron:NPI



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: