Het recent door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) gepubliceerde besluit inzake gastransport, het zogenaamde Methodebesluit, bewijst noch de markt noch het publieke belang een goede dienst. Dit stelt de beheerder van het landelijke gastransportnet, Gas Transport Services B.V. (GTS), in een eerste reactie.

GTS ziet de gekozen nieuwe regulering, waarbij de totale omzet over een periode van vier jaar aan een geleidelijk dalend plafond wordt gebonden, als een belemmering voor de efficiency van het gastransportsysteem in Nederland. GTS sluit niet uit dat het bovendien gevolgen heeft voor de binnenlandse leveringszekerheid.

In het Methodebesluit worden de principes vastgelegd waarop de regulering van het
gastransport in Nederland moet worden gebaseerd. De NMa heeft daarbij gekozen voor het grove instrument van 'omzetregulering'; hierbij wordt voor GTS jaarlijks een gefixeerde omzet vastgesteld.

Het besluit bevat elementen die voor binnenlandse en buitenlandse gebruikers van het systeem zonder meer nadelig zijn. GTS moet immers een vaste omzet halen. Dit betekent dat efficiënter gebruik van het systeem moet leiden tot hogere tarieven.

De DTe houdt in haar benadering geen rekening met de verhoudingen op de internationale gastransportmarkt. GTS vreest dat er straks in Nederland sprake zal zijn van kunstmatig lage  tarieven, die louter gebaseerd zijn op boekhoudkundige aannames over bedrijfskosten ('cost-plus'-benadering). Ten onrechte wordt dan voorbij gegaan aan het feit dat Nederland geen 'eiland'is, maar onderdeel vormt van een interne Europese markt waarbinnen op grote
schaal grensoverschrijdend transport plaatsvindt. Als de Nederlandse transporttarieven te ver onder het internationale niveau zakken, zal het voor buitenlandse bedrijven steeds aantrekkelijker worden hun transitstromen door Nederland om te leiden en daarbij gas voor binnenlandse bestemmingen kunnen verdringen. In verscheidene studies is dit effect aangetoond.

GTS heeft er altijd voor gepleit dat het tempo waarin naar cost-plus wordt gegaan in lijn moet liggen met de internationale tariefontwikkeling. Deze lijn is ook expliciet door het kabinet als beleid uitgedragen. Onderdeel van het beleid is ook dat aan GTS en moederbedrijf Gasunie, dat per 1 juli 2005 een puur transportbedrijf is met de Nederlandse Staat als enige aandeelhouder, de opdracht is meegegeven het bedrijf marktconform te ontwikkelen, en een goede positie voor Nederland op de Europese gastransportmarkt na te streven. De door de NMa gekozen aanpak sluit niet op dit beleid aan.

GTS beraadt zich op nadere stappen en wacht eerst nog het besluit van de NMa af ten aanzien van de toepassing van het aangekondigde cost-plusregime ('X-factorbesluit').
 
bron:Gasunie