Er zijn maatregelen nodig om ook in de toekomst te kunnen garanderen dat een betrouwbaar en deskundig notariaat blijft bestaan. De belangrijkste bijdrage daaraan zal vanuit het notariaat zelf moeten komen. Herinvoering van de vaste tarieven is geen oplossing voor de bestaande problemen. Wel zal de positie van de notaris als professionele dienstverlener moeten worden versterkt. Dat vindt de commissie Hammerstein die in opdracht van minister Donner onderzoek heeft gedaan naar de effecten van de nieuwe Wet op het notarisambt.

De bedoeling ervan was dat meer marktwerking en vrijere vestigingsmogelijkheden zouden leiden tot meer aanvaardbare prijzen en prijsdifferentiatie, alsmede tot verbetering van de kwaliteit en de toegankelijkheid van de dienstverlening. De wet is in 1999 in werking getreden. Minister Donner van Justitie en minister Brinkhorst van Economische Zaken zullen over enkele weken reageren op de conclusies en aanbevelingen. Minister Donner heeft het rapport van de commissie naar de Tweede kamer gestuurd.

De commissie Hammerstein schrijft in haar rapport dat notarissen efficiënter zijn gaan werken en meer oog hebben gekregen voor innovatie en klantvriendelijkheid. In de onroerendgoedpraktijk zijn de tarieven gedaald en is prijsdifferentiatie opgetreden. Maar er is zorg over de handhaving van de kwaliteit van de notariële dienstverlening. Vooral de informerende rol van de notaris dreigt in de knel te komen. De ambachtelijke kwaliteit van de akten lijkt echter nog steeds voldoende te zijn.

Vrije tarieven hebben weliswaar geleid tot meer concurrentie, maar ook tot meer druk op de onderlinge verhoudingen. Het loslaten van de tarieven heeft de notaris in de onroerendgoedpraktijk kwetsbaarder gemaakt voor beïnvloeding en manipulatie door met name de grote marktpartijen. Er zijn geen aanwijzingen dat marktwerking en liberalisering van de tarieven hebben geleid tot het op grote schaal teruglopen van kwaliteit en aantasting van integriteit binnen de beroepsgroep.

Gelet op haar bevindingen stelt de commissie voor dat de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) door voorlichting en verscherpte regelgeving op het gebied van kwaliteit, ondernemerschap en integriteit kan bijdragen aan versterking van de positie van de notaris. Binnen het notariaat moeten integriteit en kwaliteit normale onderdelen van de bedrijfsvoering zijn. Het tekortschieten op deze punten zal sneller en effectiever moeten worden aangepakt, aldus de commissie in haar rapport.

Daarnaast pleit zij voor handhaving van de universitaire opleiding. De notaris moet een academisch geschoolde jurist zijn. Meer aandacht is nodig voor de geschiktheid van degene die notaris wil worden. Alleen een ondernemingsplan is te mager. Er moet een objectieve toets komen die de geschiktheid van de te benoemen persoon beoordeelt.

Beperking van de mogelijkheid om zich vrij te vestigen vindt de commissie niet nodig. Wel moeten de stage-eisen worden versoepeld en de zij-instroom worden vereenvoudigd. Ook moet de zogeheten notaris in dienstbetrekking snel worden ingevoerd en moet het mogelijk worden om tot de leeftijd van 70 jaar waarnemend notaris te zijn.

De leden van de commissie stellen voor toezicht en tuchtrecht van elkaar te scheiden. Toezicht behoort in handen te komen van à©à©n toezichthoudende instantie, die daarvoor voldoende is toegerust. Los daarvan moet een vorm van onafhankelijk tuchtrecht bestaan. Daarom bevelen zij aan dat landelijk vijf notariële tuchtkamers worden gevormd, à©à©n per ressort. De tuchtkamer bestaat uit twee rechters en een notaris. Als de notariële tuchtkamer vindt dat een notaris mogelijk in strijd met de regels handelt, moet aanvullend onderzoek door de toezichthouder op het kantoor van de notaris en in de dossiers mogelijk zijn.

Het domeinmonopolie van het notariaat hoeft niet overboord. De commissie is van mening dat op de gebieden waar de wetgever een authentieke, door de notaris opgestelde akte voorschrijft, de notaris een essentiële rol vervult door zijn expertise in samenhang met zijn onafhankelijkheid en onpartijdigheid. Omdat de consument in bepaalde situaties op de notaris is aangewezen, mag van hem ´full service' worden verwacht en moet de zogenaamde ministerieplicht blijven bestaan.

Terugkeer naar de vaste tarieven biedt geen oplossing van de problemen van het notariaat. Het is een uiterste maatregel waarvoor zwaarwegende redenen moeten bestaan die nu niet aanwezig zijn. De commissie vindt dat de mogelijkheid van tariefregulering wel in de wet moet blijven staan voor het geval de continuïteit van het notariaat of de toegang tot de notariële dienstverlening in gevaar komt.

Verder wil de commissie bij de aanschaf van een koopwoning de notaris eerder inschakelen. Dus nog voor er verplichtingen zijn aangegaan. Voor de consument is het gunstig omdat het advies van de notaris meer effect zal hebben. In Amsterdam wordt al op deze manier gewerkt.

bron:MinJus