De prijs van de verkochte koopwoning in Nederland is in het 3e kwartaal van 2005 met 1% gestegen ten opzichte van het 2e kwartaal van dit jaar en komt daarmee op gemiddeld 228 duizend euro. In het 3e kwartaal zijn er zoals gebruikelijk in de zomerperiode minder woningen nieuw te koop gekomen.  Het aantal verkopen is gelijk aan het altijd drukke 2e kwartaal en is 13% hoger dan in het 3e kwartaal vorig jaar. Al met al het beeld van een weer dynamische markt.

Wie zijn woning tegen een reële prijs aanbiedt kan in deze markt goede zaken doen,
aldus algemeen voorzitter Oscar Smit. Verder geeft hij aan dat met name appartementen goed van de hand gaan. Echter de betaalbaarheid van dit type woningen voor starters verschilt per gebied sterk. In vergelijking met andere woningtypen zijn de prijsverschillen tussen appartementen het grootst. Dit geldt ook voor de betaalbaarheid.

Cijfers 3e kwartaal
De prijsstijging is in het 3e kwartaal van 2005 0,7 procentpunt hoger dan de prijsstijging in het 3e kwartaal van 2004 (+0,3%). Over de laatste vier kwartalen komt de prijsstijging nu uit op in totaal 4,5%. De prijsstijging geeft voor alle typen woningen een iets ander beeld. De prijsstijgingen wijken echter weinig af van het gemiddelde van 1%. Om precies te zijn: de prijs van de  tussenwoning en van de vrijstaande woning steeg met 1,3%, de prijs van de hoekwoning en van de twee-onder-een-kapwoning steeg 0,6 %; de prijs van het gemiddelde appartement
tenslotte steeg met 0,8 %.

Net als in het 2e kwartaal bestaat er geen opvallend verschil in prijsontwikkeling tussen de gemiddelde goedkope en dure woningen. De stijging van de prijs per m2 van de duurdere woningen ligt met 0,8% net iets lager dan de 0,9% die geldt voor de goedkopere woningen. Hoekwoningen en vrijstaande woningen geven het grootste verschil te zien in prijsontwikkeling naar goedkoop en duur. Dure hoekwoningen stijgen met 1,4% beduidend meer in prijs dan de goedkope terwijl dure vrijstaande woningen nauwelijks in prijs stijgen.

voorlopige cijfers
Het totale geldsvolume gemoeid met de verkoop van woningen is in het 3e kwartaal met 1% gestegen na een stijging in het vorige kwartaal van 16%. Deze lagere stijging wordt veroorzaakt doordat in het 3e kwartaal van dit jaar ongeveer evenveel woningen zijn verkocht als in het 2e kwartaal terwijl de prijzen met 1% gestegen zijn. Vergeleken met het 3e kwartaal van 2004 is het aantal verkopen circa 13% meer met nu 36.800 verkopen tegen toen 32.300 verkopen.

De ontwikkelingen in het aanbod
Het woningaanbod neemt van het tweede naar het derde kwartaal met 1% toe tot 81.600 woningen. Dit is aanzienlijk minder dan de stijging van het eerste naar het tweede kwartaal. Het aanbod is vergeleken met een jaar geleden gestegen met ruim 10%.

De beperkte stijging ten opzichte van het tweede kwartaal wordt veroorzaakt doordat het aantal transacties op peil blijft en er in het 3e kwartaal veel minder woningen nieuw in aanbod komen dan in het 2e kwartaal. In verhouding komen nu op elke 100 al te koop staande woningen 58 woningen nieuw te koop, waar dat er in het 2e kwartaal 65 waren. Een daling van het nieuwe aanbod met 7 procentpunt.

De verkoopquote geeft aan hoeveel procent van de woningen die in het 3e kwartaal te koop stonden verkocht zijn. Voor woningen die bij het begin van het derde kwartaal al te koop stonden, ligt de verkoopquote in het 3e kwartaal op 32%, 1 procentpunt lager dan in het 2e kwartaal van 2005. Voor woningen die nieuw in aanbod komen ligt de verkoopquote juist hoger (3 procentpunt) dan in het vorige kwartaal en bedraagt nu 24%.  De nieuw te koop gekomen woningen gaan in het 3e kwartaal aanmerkelijk vlotter van de hand. Een teken dat de markt aantrekt.

De betaalbaarheid
In het 3e kwartaal van 2005 is het prijsniveau op de woningmarkt weer sneller gestegen dan het consumenteninkomen, maar toch is de betaalbaarheid gelijk gebleven. De stijging van de huizenprijs werd gecompenseerd door de opnieuw lagere hypotheekrente in deze periode, terwijl ook de inkomensontwikkeling van de consument weer enigszins is toegenomen. Dit resulteerde in gelijkblijvende woonlasten van een gemiddelde woning.

De regionale verschillen in het 3e kwartaal
In Nederland is geen sprake van een nationale woningmarkt: vraag en aanbod komen op regionaal niveau bij elkaar. Ook in het 3e kwartaal 2005 zijn er significante verschillen tussen de 76 NVM-regios zichtbaar. De onderstaande tabel biedt de cijfers voor een dwarsdoorsnede van de Nederlandse woningmarkten.
 
voorlopig cijfer
In het grootste deel van de beschouwde regios stijgt de prijs van de gemiddelde verkochte woning in dit kwartaal. De regio Zutphen valt op door een prijsdaling van bijna 2 %. In de regios Stad Groningen, Rotterdam en Zeeuwse Eilanden daalt de prijs ook, maar niet zoveel. Opvallende prijsstijgingen zijn er niet.

Kijken we naar het gemiddelde over de laatste vier kwartalen, dan is in alle regio's behalve Zutphen de prijs van de gemiddelde verkochte woning gestegen. In de regios stad Groningen, Breda en Zeeuwse Eilanden is de prijsstijging duidelijk meer dan de 1,2 %, die gemiddeld per kwartaal in Nederland is opgetreden. In de regios Almere, Amsterdam en Den Bosch is de prijsstijging minder dan het landelijke gemiddelde.

Ontwikkelingen huurwoningenmarkt geliberaliseerde markt
De markt van nieuwbouwappartementen raakt verzadigd ten opzichte van de vraag. Een en ander is met name van toepassing in het huursegment tussen 600 euro,-- en 900,-- euro en VINEX-locaties en inbreigebieden.

De wachttijden voor de meeste projecten van dure huurwoningen zijn wederom korter
geworden; dit geldt zowel voor de bestaande bouw als voor nieuwbouw. Binnen à©à©n tot drie maanden kunnen de lege woningen meestal betrokken worden.

Aspirant-huurders zijn zich steeds meer bewust van de prijs-kwaliteitverhouding. Als de huurprijs niet in verhouding tot het aangeboden woonproduct is, is het moeilijk de woningen te verhuren. Dit geldt met name voor woningen boven de 750 euro per maand.

In de nieuwbouw worden steeds meer luxe woningen gebouwd waarbij het woonproduct niet in overeenstemming is met de prijs die er voor gevraagd wordt. Bij appartementenbouw zien we in toenemende mate appartementen gebouwd worden
zonder buitenruimte (dit is sinds enige tijd volgens de bouwverordening niet meer
verplicht) en zonder berging (eveneens niet meer verplicht). Dit is zeer slecht voor de afzetbaarheid van het woonproduct. De Nederlandse consument is zeer kritisch op met name deze twee items. De vraag naar appartementen met een zogenaamd zorgconcept is onverminderd groot.

bron:NVM