Nederland verkeert in een goede positie om de vergrijzing van de bevolking en het daardoor oplopende beroep op de sociale zekerheid op te vangen. De arbeidsdeelname van ouderen tussen de 50 en 65 jaar is in Nederland hoger dan het Europese gemiddelde. Wel blijft Nederland nog iets achter bij het gemiddelde van de dertig landen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Het aantal werkende ouderen zal echter verder omhoog moeten.

Dit blijkt uit het rapport ´Ageing and Employment Policies Netherlands' van de OESO. Staatssecretaris Van Hoof van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft het rapport aangeboden aan de Tweede Kamer.

De afgelopen jaren zijn hervormingen doorgevoerd om ouderen te behouden voor de arbeidsmarkt. Het gaat om maatregelen op het gebied van VUT en prepensioen, WAO, WW en wetgeving om leeftijdsdiscriminatie op de arbeidsmarkt tegen te gaan. Ook wordt subsidie verleend aan bedrijven en organisaties die experimenteren met het in dienst houden van ouderen. De Regiegroep GrijsWerkt is in het leven geroepen om te stimuleren dat werkgevers en werknemers langer doorwerken verder bevorderen.

De OESO onderstreept het belang van deze stappen. Nederland behoort wat de arbeidsdeelname van ouderen betreft internationaal tot de middenmoot. Volgens de OESO werkte in 2003 in Nederland ongeveer 68 procent van de mannen boven de 50 jaar en 43 procent van de vrouwen uit die leeftijdsgroep. Hiermee komt Nederland boven het Europese gemiddelde van 62 procent voor mannen en 42 procent voor vrouwen. Ten opzichte van het gemiddelde van de dertig OESO-landen (68 procent voor mannen en 48 procent voor vrouwen) blijft de arbeidsdeelname van vrouwen in Nederland nog wat achter.

De OESO is van mening dat het aantal werkende ouderen verder kan worden vergroot door verhoging van de AOW-leeftijd. Wat Van Hoof betreft is een dergelijke aanpassing op dit moment echter niet aan de orde. Zijn inzet is dat met de huidige maatregelen zoveel mogelijk mensen onder de 65 jaar aan het werk worden geholpen en gehouden. Wel neemt staatssecretaris Van Hoof de aanbeveling over om na te gaan welke succesvolle reïntegratiemethoden er zijn voor ouderen. Hij wil nagaan welke initiatieven om ouderen aan de slag te helpen zich lenen als goed voorbeeld om door anderen te worden nagevolgd.

bron:SZW