Het ministerie OCW neemt zich al jaren voor om de autonomie van scholen te vergroten en als overheid terug te treden. Uit de begroting 2006 blijkt dat het daar nog niet in slaagt: niet de scholen met hun leerlingen, maar het ministerie staat centraal binnen het onderwijs. Zo begint ook zijn persbericht: "OCW werkt aan een slim, vaardig en creatief Nederland". Daar ligt gelijk de kern van de onderwijsproblematiek: het ministerie stuurt niet vanuit een dienende rol, maar denkt beleidsmatig te kunnen beschikken over de onderwijsinstellingen. Bovendien bevat de huidige begroting niet het cement om losse onderdelen van het beleid samen te voegen: een meerjarenvisie ontbreekt.

De aanwezigheid van voldoende bekwame leraren krijgt onvoldoende aandacht in de onderwijsbegroting. Ook al lijkt er de eerste jaren nog geen acuut tekort op te treden, nù moeten we ruimte maken voor passende maatregelen. De minister pakt dat niet aan, terwijl een nieuwe impuls voor bijvoorbeeld zij-instromers nodig is. Ook voor het opleiden in de school is geen aandacht, terwijl scholen hier een mogelijke oplossing voor hun arbeidsproblematiek in zien. Flexibiliteit moet mogelijk zijn, ook in beloning, al naar gelang de situatie van de school.

Het primair onderwijs ontvangt prijscompensatie, in tegenstelling tot het voortgezet onderwijs. De investeringen in innovatie en lesuitval worden daar in feite door de scholen zelf betaald. Bovendien zit de à©chte lesuitval vooral in het opvolgend mbo. Ook zijn de brede school en een betere registratie geen panacee voor lesuitval.
In het primair onderwijs is grote behoefte aan beloningsdifferentiatie en aan geld voor vernieuwing van schoolgebouwen, maar dat wordt in de begroting niet genoemd.

Het ministerie redeneert top - down. Innovatie is een prioriteit, zo betoogt de minister in de begroting, en wordt door de overheid gefinancierd. De invulling van innovatie wordt bedacht door het ministerie, terwijl à©chte innovatie vernieuwing op de school is, van onder op, door leraren in de ontwikkeling van hun vak, hun pedagogisch en didactisch handelen. Zelfs de vertegenwoordiging van de onderwijsinstellingen denkt de minister bij wijze van ´empowerment' te kunnen bepalen. Wij  vinden: ministerie, geef ruimte, geef voldoende bekostiging en stop met voor het onderwijs te denken.

De aardgasbaten worden voor een deel aangewend voor praktijklokalen in het vmbo. De organisaties voor bestuur en management vinden dit een erkenning van de belangrijke bijdrage die het onderwijs levert aan de samenleving. Ook het afschaffen van het lesgeld en het activeren van maatschappelijke stages worden positief gewaardeerd.

bron: Besturenraad, Bond KBO, KBVO, VBS, VOS/ABB