De invoering van het nieuwe zorgstelsel betekent voor vrijwel alle groepen een flinke achteruitgang, zo blijkt uit berekeningen van de  Algemene Onderwijsbond. Gemiddeld gaat het om min 3 procent voor werknemers in het onderwijs.

Een paar voorbeelden: het inkomen van een leraar basisonderwijs zonder kinderen gaat er 4,13 procent op achteruit. Het door het kabinet voorgespiegelde voordeel voor mensen met kinderen is marginaal. Een leraar voortgezet onderwijs met twee kinderen onder de achttien krijgt voor de basisverzekering een klein plusje van 0,4 procent. Zodra deze zich bijverzekert op het niveau van de huidige doorsnee particuliere ziektekostenverzekering komt de rekensom uit op min 1,8 procent. Een conciërge zonder kinderen gaat er 5,4 procent op achteruit, een conciërge mà©t kinderen onder de achttien komt wel 2,1 procent in de plus.

'De koopkrachtplaatjes van het kabinet kloppen dus niet', stelt Ton Rolvink, dagelijks bestuurder sociale zekerheid van de Algemene Onderwijsbond. 'Vrijwel alle groepen gaan er op achteruit. Mà©à©r dan in de markt. De Eerste en Tweede Kamer moet daarom goed beseffen dat het onderwijspersoneel zo op een achterstand komt. Voor de
concurrentiepositie van het onderwijs, waar een lerarentekort dreigt, is dat geen goede zaak. Als onderwijsbond vinden wij dan ook dat dat gecompenseerd moet worden omdat een zo stevige achteruitgang niet acceptabel is.' De meeste werknemers in het onderwijs zijn vanwege de overheidsregelingen particulier verzekerd. Als compensatie voor de hoge premies krijgen zij een inkomensafhankelijke
ZKOO-vergoeding. Daarnaast bestaat er voor mensen met extreme ziektekosten de
ZVOO-regeling, waar men op individuele basis aanspraak op kan maken. Beide regelingen zullen bij de overgang naar het nieuwe zorgstelsel verdwijnen. De werkgevers willen het budget hiervoor gebruiken voor het werkgeversdeel van de nieuwe premie. De Algemene Onderwijsbond vindt echter dat het budget onderdeel moet zijn van onderhandelingen. Het is nu een in de cao geregelde vergoeding en gezien de negatieve inkomenseffecten voor onderwijspersoneel moet een deel van de ZKOO-gelden ook gebruikt worden om de koopkrachtdaling te compenseren. Voor de ZVOO wil de AOb op zijn minst een overgangsregeling voor individuen die van het verdwijnen de dupe worden, waarbij het gaat om een terggang van soms honderden of duizenden euros per jaar.
 
bron:AOB