Ongelijke kansen voor chronisch zieken



Ruim 40% van de chronisch zieken geeft aan dat zij maatschappelijk niet zo kunnen functioneren als zij zouden willen. Problemen op het gebied van werk worden als het meest ernstig ervaren. Maar één op de drie chronisch zieken in de leeftijd van 15-65 jaar heeft een betaalde baan, terwijl dat in de algemene bevolking twee op drie is.

Dat blijkt uit NIVEL onderzoek onder circa 2000 mensen met een chronische aandoening. Sinds 1 december 2003 geldt de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ). Die wet zegt dat mensen met een chronische ziekte of handicap gelijke kansen moeten hebben op werk, beroepsonderwijs en openbaar vervoer. Het NIVEL onderzoek laat nu zien dat er nog veel werk te verzetten valt. Ondanks diverse maatregelen van de overheid om de arbeidsdeelname van chronisch zieken te ondersteunen, is het percentage dat betaald- of vrijwilligerswerk verricht sinds 2001 niet gestegen. 

Bijna 60% van de chronisch zieken ervaart problemen op het gebied van werk en onderwijs. Zij worden belemmerd door lichamelijke beperkingen, pijn, doordat ze niet goed kunnen lopen, of doordat ze snel moe worden. Werkgevers kunnen daar bijvoorbeeld wat aan doen door het aanpassen van de werkplek, en door ze andere taken en meer rustpauzes te geven. Ook zouden ze meer deeltijdbanen kunnen creëren. Iemand die een paar uur per dag wordt behandeld krijgt dan toch de kans om te werken.

Meer dan de helft van de chronisch zieken geeft daarnaast aan dat ze niet kunnen gaan en staan waar ze willen. Oudere chronisch zieken hebben vooral moeite om zich te verplaatsen in en om het huis. Het percentage dat daarvoor een hulpmiddel bezit blijft ver achter bij het percentage dat beperkingen ervaart. Zo heeft maar ongeveer één op de tien chronisch zieke 65-plussers een loophulpmiddel, terwijl 50 tot 80% moeite heeft met lopen. NIVEL onderzoeker Monique Heymans: "Huisartsen en specialisten zouden alerter moeten zijn op de behoefte aan hulpmiddelen." Dat geldt overigens voor alle 65-plussers, aangezien boven de 65 chronisch zieken en mensen uit de algemene bevolking nauwelijks verschillen in de mate waarin zij beperkingen ervaren.

Nationaal Panel Chronisch zieken en Gehandicapten
Het Patiëntenpanel Chronisch Zieken is een project dat in 1997 op initiatief van de toenmalige Nationale Commissie Chronisch Zieken en het NIVEL is opgezet en dat financieel wordt ondersteund door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), de Inspectie voor de Gezondheidszorg en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). In 2004 is het PPCZ uitgebreid met gehandicapten en is de naam veranderd in Nationaal Panel Chronisch zieken en Gehandicapten (NPCG).

In het NPCG worden continu gegevens verzameld over de zorg- en leefsituatie van mensen met een lichamelijke chronische aandoening of handicap. Hiertoe worden vragen voorgelegd aan een panel van circa 4.000 chronisch zieken en gehandicapten. Door de wijze van samenstelling van het panel worden landelijk representatieve gegevens verkregen, die kunnen worden gebruikt voor de ontwikkeling, monitoring en evaluatie van chronisch zieken- en gehandicaptenbeleid.

Bij het onderzoek is gebruik gemaakt van het NIVEL project Nationaal Panel Chronisch Zieken & Gehandicapten.

bron:Nivel

 



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: