De OV-chipkaart wordt het nieuwe nationale vervoersbewijs voor de bus, tram, trein en metro. De verkoop van strippenkaarten wordt stapsgewijs afgebouwd en uiterlijk op 1 januari 2009 wordt de strippenkaart afgeschaft. Minister Peijs (VenW) heeft het besluit over de OV-chipkaart naar de Tweede Kamer gestuurd. In december 2005 begon in Rotterdam een proef met de OV-chipkaart in metro en bus. Uit een klantonderzoek blijkt dat de reizigers in Rotterdam positief zijn over de chipkaart. De ervaringen in Rotterdam zijn voor de minister aanleiding om de OV-chipkaart in heel Nederland in te voeren. Met de OV-chipkaart in trein, metro, tram en bus wordt Nederland het eerste land ter wereld met een geïntegreerd nationaal kaartsysteem.

Invoering
De proef met de chipkaart in Rotterdam leert dat de invoering stap voor stap moet gebeuren. Rotterdam, Amsterdam en de Zuidvleugel Randstad gaan naar verwachting halverwege 2007 over op het nieuwe ov-chipkaartsysteem. De rest van het land volgt een jaar later. Uiterlijk 1 januari 2009 wordt de strippenkaart als vervoerbewijs afgeschaft. In de overgangsperiode wordt de chipkaart de helft goedkoper. De aanschafprijs wordt dan gemiddeld 3,75 euro in plaats van 7,50 euro. Minister Peijs trekt hiervoor 14 miljoen euro uit. In totaal draagt het ministerie 129 miljoen euro bij aan de invoering van de OV-chipkaart. In overleg met de vervoerbedrijven, provincies en regio's en de consumentenorganisaties, gaat Peijs in 2007 de snelheid van de invoering evalueren. Verder komt er een nationale campagne over het gebruik van de OV-chipkaart.

Bron: VenW