Op initiatief van Minister Brinkhorst van Economische Zaken is een wijziging van de
Elektriciteitswet 1998 naar de Tweede Kamer gestuurd. Hierin wordt voorgesteld dat de minister van Economische Zaken jaarlijks bij ministeriële regeling een maximum
vaststelt voor nieuwe subsidies op grond van de  Electriciteitswet 1998. Aanvragen
waarvan honorering zou leiden tot overschrijding van het budget worden dan niet meer gehonoreerd.

Het totale budget moet voldoende zijn om de Nederlandse doelstelling van 9 procent duurzame elektriciteitsproductie in 2010 te kunnen bereiken. Binnen het budget zal de minister de mogelijkheid krijgen om een verdeling naar categorieën aan te brengen. Dat kan gaan om een verdeling tussen de hoofdcategorieën duurzame elektriciteit, klimaatneutrale elektriciteit en elektriciteit opgewekt door warmtekrachtkoppeling (WKK). Maar ook binnen die categorieën kan de minister een nadere verdeling vaststellen. Tevens kan de minister bij algemene maatregel van bestuur het totaal aantal kilowattuur (kWh) dat per installatie maximaal wordt gesubsidieerd vaststellen. Daarnaast wordt voorgesteld om bij de toepassing
instrumenten te hanteren die de kosteneffectiviteit stimuleren. Gedacht kan worden aan subsidieverstrekking door het uitschrijven van een tender (bijvoorbeeld voor windparken op zee), waarbij door producenten aanvragen kunnen worden ingediend met een door hen zelf bepaald subsidiebedrag per kWh, dat echter nooit hoger kan zijn dan een vooraf gesteld maximum subsidiebedrag per kWh.
Ook wordt vastgelegd dat geen subsidie wordt verstrekt als er sprake is van strijdigheid met ander overheidsbeleid. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de inzet van biomassa die niet op duurzame wijze wordt geproduceerd.
De MEP subsidieperiode wordt beter afgestemd op de verwachte levensduur van de
productie-installatie. Hiermee wil minister Brinkhorst voorkomen dat na afloop van de (nu nog) maximale tienjarige MEP-periode onbedoeld een prikkel ontstaat om de installatie te vervangen, ook al zou deze best nog een aantal jaren meekunnen.
Tenslotte wil minister Brinkhorst in een algemene maatregel van bestuur de bepaling
opnemen dat, bij een lagere onrendabele top dan ten tijde van de subsidiebeschikking, het vaste subsidiebedrag van een lopende subsidie  generiek, per categorie of per project  kan worden verlaagd. Dit om overstimulering te voorkomen, mede gelet op het Europese steunkader.  Overigens kan dit nu ook al op individueel projectniveau.

bron:EZ