Proefboring bij Tjeukemeer mag doorgaan van de rechter



De rechtbank in Leeuwarden heeft op 20 juli 2005 beslist dat een proefboring naar aardgas nabij het Tjeukemeer doorgang kan vinden. De argumenten van omwonenden die de boring willen tegenhouden, zijn afgewezen.

De gemeente Skarsterlân heeft voor de aanleg van de boorlocatie en de toegangsweg tijdelijk vrijstelling verleend van het bestemmingsplan. Ook is een bouwvergunning afgegeven voor het oprichten van boorkelders, fundamenten en een hekwerk. Aanvankelijk werd de vrijstelling verleend voor zes maanden. Na de behandeling van de bezwaarschriften is de termijn waarbinnen de proefboring dient plaats te vinden door de gemeente vastgesteld op maximaal één jaar.

Tegen deze besluiten hebben 48 bewoners van de nabij gelegen dorpen Doniaga en Follega beroep aangetekend. Hun bezwaren betreffen zowel belangen van natuur en milieu, als de vrees voor hinder en schade aan hun eigendommen.

Vermilion Oil & Gas Netherlands, die de concessie heeft overgenomen van TotalFinaElf E&P Nederland, heeft zelf ook beroep aangetekend omdat de mijnbouwondernemer de periode waarvoor vrijstelling is verleend, te kort vindt. Vermilion wil voor de proefboring kunnen beschikken over de maximale termijn van een tijdelijke vrijstelling, namelijk vijf jaar.

In haar uitspraak heeft de meervoudige kamer van de sector bestuursrecht alle inhoudelijke argumenten van de omwonenden van de hand gewezen. In het kort luiden de overwegingen van de bestuursrechters als volgt:

De kans dat gas gevonden wordt onder het Tjeukemeer is 40%. Het is dus niet zeker dat er later ook daadwerkelijk gas gewonnen zal worden. De gemeente heeft daarom terecht gekozen voor het instrument van de tijdelijke vrijstelling. Het Tjeukemeer is geen speciale beschermingszone in de zin van de Vogel- en Habitatrichtlijn. Er zijn ook geen andere natuurbelangen die aan de proefboring in de weg staan. De mogelijke hinder van de activiteiten rond de proefboring is gereguleerd via de milieuvergunning. Eventuele schade zal door Vermilion worden vergoed.

Op een formeel punt geven de bestuursrechters de omwonenden wel gelijk. De gemeente heeft namelijk niet duidelijk aangegeven hoe de besluiten (vrijstelling en bouwvergunning) na de behandeling van de bezwaarschriften luiden. De verlenging van de vrijstellingstermijn van zes naar twaalf maanden was hierdoor niet bekend bij de omwonenden. Deze gang van zaken is in strijd met de Algemene wet bestuursrecht, zodat het beroep om deze reden gegrond is verklaard.

Het beroep van Vermilion is ook gegrond verklaard. De exploitant heeft volgens de rechters vrij duidelijk aangegeven hoeveel tijd voor bepaalde fasen van de proefboring nodig is. Een termijn van één jaar om de hele proefboring (de aanleg van de boorlocatie, de feitelijke boring, evaluatie van testresultaten en het opruimen van de boorlocatie) is hiervoor te kort. De gemeente had als motivering geven dat er een politiek compromis is gesloten. De rechters vinden dit onvoldoende. Wanneer planologische medewerking wordt verleend aan de proefboring, mag de termijn niet zo kort zijn dat het uitvoeren van de proefboring in feite niet goed mogelijk is.

De beslissingen op bezwaar zijn in de uitspraak vernietigd. Dit betekent dat Vermilion op dit moment beschikt over vergunningen voor een periode van zes maanden. De gemeente moet nu opnieuw een beslissing nemen over de bezwaarschriften van de omwonenden en Vermilion. Daarbij zal opnieuw een vrijstellingstermijn moeten worden vastgesteld. De rechters kunnen niet zelf een termijn voor de vrijstelling vaststellen, omdat zij dan op de stoel van de gemeente zouden gaan zitten.

bron:Rechtbank Leeuwarden



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: