In Nederland hebben duizenden huizen te maken met wegzakkende funderingen. Omdat het onduidelijk is wie hiervoor verantwoordelijk is, dreigen er conflicten over wie de schade moet betalen. Daarom wil PvdA Tweede-Kamerlid Jan Boelhouwer dat er een gezamenlijk fonds komt waaruit de schade betaald kan worden. 

De schade aan funderingen van vooroorlogse huizen vormt volgens Boelhouwer een groot maatschappelijk probleem. Dit zal de komende tien tot twintig jaar alleen maar groter worden, onder andere omdat de bodem op veel plaatsen ieder jaar blijft zakken. Omdat het onmogelijk is een 'schuldige' aan te wijzen, is momenteel niet geregeld wie de schade moet betalen. Daarom dreigen er conflicten. In Dordrecht bijvoorbeeld woedt al jaren een conflict tussen de gemeente en huiseigenaren die zeggen dat funderingen zijn aangetast door de verwaarlozing van het rioleringsstelsel. Boelhouwer wil dit soort problemen voorkomen.

Hij wil daarom dat er een fonds komt, waaraan het rijk, de waterschappen, gemeenten, hypotheekverstrekkers en huiseigenaren een bijdrage leveren. Zo worden de kosten gezamenlijk opgevangen. Boelhouwer is niet bang dat sommige van deze partijen niet willen meebetalen: 'Een hypotheekverstrekker heeft bijvoorbeeld niets aan een huis waarvan de fundering is weggerot. En een huiseigenaar kan zijn huis voor meer geld verkopen als het op betonnen in plaats van op houten palen is gebouwd.'

Met het oprichten van het fonds, dat ieder jaar steeds wat voller moet worden, wil Boelhouwer vooral de huiseigenaren te hulp schieten. Boelhouwer: 'In veel gevallen is er geen schuldige voor de schade aan te wijzen. Het grondwaterpeil heb je niet overal in de hand. Maar de enige die er zeker niets aan kan doen is de huiseigenaar die met het probleem wordt opgezadeld. '
 
bron:PvdA