De Raad voor de rechtspraak waarschuwt voor oplopende doorlooptijden nu de Rechtspraak minder geld krijgt dan nodig is om de oplopende instroom bij te houden. Meer produceren voor minder geld is volgens de Raad geen optie: "Tornen aan kwaliteit is onacceptabel."

De Raad voor de rechtspraak signaleert dat de kwaliteit van rechtspraak de laatste jaren onder druk is komen te staan. Waar de kwaliteit tekort gaat schieten zal uiteindelijk ook het vertrouwen in de rechtspraak risico lopen. De Raad voor de rechtspraak acht dat onacceptabel en zal daarom kwaliteit centraal blijven stellen. Die is nu nog voldoende, maar de grens is bereikt. Aan de kwaliteit valt verder niet te tornen.

Het kabinet financiert veel minder rechtszaken dan ook hijzelf verwacht voor 2006. Het budget van de Rechtspraak beslaat zo'n 0,8 procent van de rijksbegroting. Volgens de prognoses van de Rechtspraak zou dit budget in 2006 moeten groeien naar 820 miljoen euro om de groei bij te houden. Het kabinet gaat echter uit van 757 miljoen euro; een verschil van 63 miljoen euro, 8 procent van het benodigde budget. Dat tekort zal daarna nog verder oplopen. Dat zal leiden tot langere doorlooptijden en dus tot wachttijden. In 2006 kan à©à©n op de tien zaken niet meer afgedaan worden en dat loopt op tot à©à©n op de vier in 2008. Procedures duren dan zo'n 38 procent langer dan in 2004.

De relatief gunstige positie van Nederland in effectieve rechtspraak zal hierdoor schade oplopen en dat heeft bijvoorbeeld een economische prijs in concurrentiekracht. Er ontstaan ook maatschappelijke kosten door langer durende onzekerheid van burgers, bedrijven, instellingen en overheden zelf, zoals bij zaken over vergunningverlening, naleving contracten, eigendomskwesties of andere geschillen. Procespartijen en de overheid zelf zullen een financieel nadeel ervaren dat deze 63 euro miljoen vele malen overtreft.

Ook de minister erkent in de justitiebegroting dat de middelen die het kabinet beschikbaar stelt ontoereikend zijn om de verwachte instroom te verwerken. De minister verwacht echter dat de gerechten meer dan de afgesproken 1,6 miljoen zaken af zullen doen, waardoor de doorlooptijden minder zullen oplopen. De Raad is van mening dat het bij voorbaat inplannen van meerproductie indruist tegen de geest van de financieringssystematiek van de rechtspraak.

Bron: Raad voor de rechtspraak