De Raad voor Werk en Inkomen (RWI) pleit voor een sluitend activeringsbeleid voor
risicojongeren. Uitgangspunt hierbij is dat jongeren tussen de 18 en 23 jaar die geen diploma van het voortgezet onderwijs hebben, à³f op school zitten à³f aan het
werk zijn. De RWI wijst op de noodzaak dat er voldoende instrumenten moeten zijn om deze ambitieuze doelstelling waar te kunnen maken.

Preventie van schooluitval verdient volgens de RWI de hoogste prioriteit. Daartoe is het van cruciaal belang dat onderwijsinstellingen beschikken over genoeg leerwerkplekken en dat ze de risicojongeren ook extra begeleiding kunnen bieden. Het belang van het voorkomen van schooluitval geldt overigens ook jongeren à³nder de 18 jaar. In die leeftijdsfase kan immers de voedingsbodem voor latere problemen ontstaan. Een onnodig beroep op de sociale zekerheid kan daar een gevolg van zijn.

Gemeentebesturen dienen via een sluitende registratie alle risicojongeren in beeld te krijgen. Deze jongeren moeten vervolgens kunnen rekenen op een fatsoenlijk en voldoende praktijkgericht leerwerkaanbod. De risicojongeren worden erop gewezen dat weigering van dit aanbod zonodig consequenties kan hebben voor een eventuele toekomstige uitkeringsaanvraag.

De RWI roept sociale partners op het specifieke startniveau voor hun sector te bepalen. Nu geldt er nog een algemene startkwalificatie. Hoewel het behalen van een startkwalificatie doelstelling blijft, is dit niveau voor sommige jongeren nog te hoog en voor sommige sectoren niet nodig om in te stromen. De RWI bepleit om dit gegeven te accepteren en roept sociale partners op om per sector een startniveau te bepalen. Dit maakt de arbeidsmarkt toegankelijker voor jongeren, zo verwacht de RWI.

De RWI heeft zijn voorstellen vandaag aan minister Van der Hoeven (OCW) aangeboden. Van der Hoeven had de RWI om advies gevraagd over de wijze waarop het kabinet uitvoering moet geven aan de motie-Verhagen. In deze motie heeft de Tweede Kamer de regering gevraagd een leerwerkplicht voor jongeren mogelijk te maken. Werkgevers, werknemers en gemeenten hebben zich in de Raad voor Werk en Inkomen op het standpunt gesteld dat jongeren zonder diploma die niet werken en niet naar school gaan, een adequaat aanbod van werk en/of scholing moeten krijgen. In dat geval kunnen deze jongeren desnoods met drang of dwang tot actieve deelname aangezet worden.

Op dit moment zijn ongeveer 40.000 jongeren door gebrek aan opleiding problematisch werkloos. Het is echter niet reëel van werkgevers te verlangen dat zij voor deze doelgroep, die op zeer grote afstand tot de arbeidsmarkt staat, voor voldoende leerwerkplekken of banen kunnen zorgen. In de huidige conjunctuur is de beschikbaarheid van leerwerkplekken sowieso problematisch, maar met betrekking tot risicojongeren is dit een structureel probleem. Vandaar dat de Raad voor Werk en Inkomen de overheid oproept haar verantwoordelijkheid te nemen, vooral als het gaat om het faciliteren van onderwijsinstellingen. De RWI roept ook sociale partners op om zijn voorstellen ter bestrijding van de jeugdwerkloosheid nader uit te werken.

Voorstellen
De sluitende aanpak die de RWI voor ogen heeft, ziet er op hoofdlijnen als volgt uit:
-Alle jongeren onder de 23 jaar die niet over een diploma van het voortgezet onderwijs beschikken, zitten à³f op school à³f zijn aan het werk.
-Veel instanties bemoeien zich met risicojongeren. Om tot een sluitende registratie te komen, moeten gemeentebesturen verantwoordelijk en bevoegd worden tot de koppeling en ontsluiting van bestanden.
-Risicojongeren moeten kunnen rekenen op voldoende praktijkgericht leeraanbod. Regionale Opleidingen Centra (ROCs), bedrijven of samenwerkingsverbanden van bedrijven gaan hierover samenwerkingsovereenkomsten met elkaar aan. Indien deze overeenkomsten niet te realiseren zijn, dient OCW de scholen (financieel) in staat te stellen praktijkvorming via simulatiebedrijven aan te bieden.
-Er moet een analyse komen naar de vraag of het onderscheid tussen de beroepsbegeleidende (BBL) en de beroepsopleidende leerweg (BOL) adequaat is.

Het arbeidsmarkt- en onderwijsbeleid gaan nu nog uit van een algemene startkwalificatie. In de praktijk blijkt echter dat jongeren in de ene sector pas met een hoger startniveau aan de slag kunnen, terwijl dat in de andere sector met een lager startniveau kan. De RWI roept sociale partners op het specifieke startniveau voor hun sector te bepalen. Dit maakt de arbeidsmarkt wellicht toegankelijker voor jongeren. Het streven blijft het behalen van een startkwalificatie. Om de toegang van jongeren met een dergelijk sectorstartniveau tot de arbeidsmarkt te bevorderen, zouden gemeenten waar nodig een aantal instrumenten, waaronder loonkostensubsidies, moeten inzetten. Het is de taak van het CWI om deze jongeren meteen op weg te helpen naar een openstaande vacature.
Werkgevers die jongeren tot 23 jaar zonder enige kwalificatie verder scholen op de
werkplek, moeten hiervoor een fiscale tegemoetkoming van de overheid krijgen. Dit zal meer werkgevers tot dit type scholing stimuleren. Om te voorkomen dat grote groepen leerlingen de indruk krijgen over een 'waardeloos' diploma te beschikken, moeten jongeren mà©t een diploma maar zà³nder startkwalificatie, voortaan niet meer geregistreerd worden als 'voortijdig schoolverlater'. Jongeren die van de gemeente een fatsoenlijk aanbod hebben gekregen om aan een leerwerktraject deel te nemen en categorisch weigeren van dat aanbod gebruik te maken, moeten erop gewezen worden dat dit hun kansen op de arbeidsmarkt in de nabije toekomst kan schaden. Regionale Meld- en Coà¶rdinatiepunten voortijdige schoolverlaters (RMCs) registreren deze weigering. De RMCs melden de jongere dat dit bij een eventuele toekomstige uitkeringsaanvraag zonodig consequenties kan hebben voor hun uitkering, door
middel van toepassing van financiële sancties. Toepassing van sancties moet volgens de RWI in verhouding staan tot de weigering tot deelname en vraagt om een nadere uitwerking.

Advies Onderwijsraad
De Onderwijsraad publiceert donderdag zijn advies Over leren en werken voor jongeren tot 23 jaar. Hierin benadrukt de raad dat hij van belang vindt dat jongeren actief deelnemen aan de maatschappij en verder leren. Omdat niet alle jongeren deze stap vrijwillig zetten moeten gemeenten enige dwang en drang kunnen toepassen. De Onderwijsraad pleit daarom onder meer voor het opleggen van extra leerplicht aan bijzondere groepen jongeren (37.000 jongeren). Daarnaast wil de Onderwijsraad de vele projecten die nu al lopen, stroomlijnen in een aangepaste onderwijssoort: werk- en ervaringsonderwijs.

De Raad voor Werk en Inkomen is het overlegorgaan van werkgevers, werknemers en gemeenten. De RWI doet voorstellen aan de regering over het brede terrein van werk en inkomen. Doel van deze voorstellen is een goed functionerende arbeidsmarkt te bevorderen. Het vergroten van de transparantie van en het verbeteren van de kwaliteit op de reïntegratiemarkt behoort eveneens tot de kerntaken van de RWI.

bron:RWI