De rechtbank Utrecht heeft de teruggave bevolen van een spandoek met daarop de tekst ‘Rita Moordenaar’ dat door de politie in beslag was genomen. De politie was van mening dat de bezitter van het spandoek zich schuldig had gemaakt aan belediging van een ambtenaar in functie, namelijk de Minister van Vreemdelingenzaken en Integratie, mevrouw Verdonk.

De rechtbank heeft overwogen dat het spandoek zich richt tegen het beleid dat door deze Minister wordt gevoerd en dat de tekst ervan op zichzelf inderdaad als beledigend, zo niet lasterlijk, is voor de Minister. Maar naar het oordeel van de rechtbank kan deze tekst niet los gezien worden van het – op het moment dat het spandoek werd opgehangen - maatschappelijk debat in de samenleving over het uitzettingsbeleid van de Minister, waarbij door sommigen een verband werd gelegd tussen dit beleid en de dood van in het cellencomplex op Schiphol gedetineerde vreemdelingen.

Deze achtergrond en het feit dat de tekst op een spandoek nu eenmaal kernachtig en ongenuanceerd is, maken dat de rechtbank de tekst op het in beslaggenomen spandoek niet onnodig grievend vindt. De rechtbank vindt dan ook dat door het ophangen van het spandoek, ten tijde van de maatschappelijke discussie over het uitzettingenbeleid en de Schiphol-brand, geen strafbaar feit oplevert. Er was daarom geen grond om het spandoek in beslag te nemen.

Bron: Rechtbank Utrecht