De rechtbank in Alkmaar oordeelt dat een vrouw materiële schade heeft geleden doordat zij ongewenst zwanger raakte en beviel van een kind. Haar huisarts had het anticonceptiemiddel Implanon niet of op een onjuiste manier ingebracht. De vrouw heeft volgens de meervoudige kamer overtuigend aangetoond dat zij nimmer kinderen wilde krijgen. De rechtbank wijst de vordering van de vrouw tot vergoeding van immateriële echter af. De rechters oordelen dat deze schade (ten minste) geheel wordt goed gemaakt door het immateriële voordeel dat de vrouw van haar kind heeft. Zo verklaarde zij: "Ik had niet de wens om kinderen te krijgen, maar ik ben wel moeder geworden en ik wil nu ook voor mijn kind zorgen. Alleen, als ik de keus had gehad, was het mannetje er niet geweest, maar hij is er en ik ben nu wel heel gelukkig met hem."
Partner
De partner van de vrouw (en de vader van het kind) heeft naar het oordeel van de rechtbank geen recht op schadevergoeding. Hij was geen partij bij de geneeskundige behandelingsovereenkomst tussen de vrouw en de huisarts. Ook is ten aanzien van hem niet komen vast te staan dat hij nimmer kinderen wilde. Dit betekent dat niet kan worden uitgesloten dat hij op een later moment een kind zou hebben gekregen en op dat moment de kosten, waarvan hij nu vergoeding heeft gevorderd, had moeten maken. Aldus ontbreekt het causaal verband tussen de fout van huisarts en de door de partner gevorderde schadevergoeding.
Omvang schade
De rechtbank beschikt over onvoldoende informatie om de omvang te kunnen bepalen van de materiële schade die de vrouw heeft geleden. De rechtbank wijst daarom het gevorderde voorschot af.

Bron: Rechtbank Alkmaar