In een uitspraak van 14 juni 2006 is door de Rechter in Den Bosch bepaald dat het onrechtmatig is om kinderen voor lange tijd te detineren in de detentiecentra, zoals dat in Nederland gebruikelijk is. Eerder is in een andere zaak van de Rechtbank Amsterdam van 14 maart 2005, die uitgebreid in een uitzending van Netwerk van 17 maart 2005 in beeld gebracht is, reeds bepaald dat detentie van minderjarige kinderen in een detentiecentrum hooguit enkele weken mag gelden.

In de onderhavige zaak waarin het gaat om 2 HAVO-leerlingen van 14 en 16 jaar oud werd deze uitspraak, ondanks het beroep erop, niet als precedent gebruikt. Dit is zeer kwalijk. De advocaat van de minderjarige kinderen, Mw. Mr. Corry Dreessen uit Maastricht, heeft de zaak een aantal keren voor de rechter gebracht met een dringend beroep om de kinderen vrij te laten wegens de schending van de Internationale Beschermingsbepalingen. Telkens werden deze bepalingen terzijde geschoven ondanks het dringend verzoek om
gemotiveerd aan te geven waarom er geen gevolg gegeven wordt aan de bescherming die het Internationale Verdrag voor de Rechten van het Kind biedt. Op 10 mei 2006 heeft de Bossche Rechter wel bepaald dat indien de detentie langer gaat duren er een duidelijke belangenafweging moet zijn die bovendien moet blijken uit de voortgangsrapportage die verweerder maakt.

In de onderhavige zaak bleek van een belangenafweging helemaal niets. Ook bleek dit niet expliciet uit de voortgangsrapportage die verweerder had ingezonden.Dit is verweerder fataal geworden. De Rechtbank heeft bepaald dat er een expliciete belangenafweging dient plaats te vinden tussen het belang van minderjarige kinderen bij in vrijheid stelling en het belang van verweerder bij voortzetting van de bewaring. Eisers beroep op het feit dat het ging om een speciale situatie van minderjarige kinderen waarbij toch eerder een belangenafweging moet worden gemaakt is door de Rechter gehonoreerd. Het belang van de minderjarige kinderen bij in vrijheid stelling dient te prevaleren boven de voortzetting van de bewaring van eisers. Derhalve is het beroep gegrond verklaard en zijn eisers in vrijheid gesteld. Tot nu toe zijn dit de twee enige uitspraken waarin minderjarige kinderen in vrijheid zijn
gesteld.

bron:Wagenmans advocaten