Vordering in kort geding van de Taxicentrale om (twee) taxichauffeurs te verbieden nog verdere beschuldigingen aan haar adres te uiten over bedreiging en intimidatie en over contacten tussen de Taxicentrale en de georganiseerde misdaad, in het bijzonder Holleeder. Dit naar aanleiding van beschuldigingen die door de chauffeurs zijn gedaan in het televisieprogramma NOVA.
De rechter wijst de vordering af. Twee fundamentele rechten staan tegenover elkaar: het recht op een vrije meningsuiting en het recht op bescherming van de eer en goede naam (art. 10 EVRM). Alle omstandigheden in aanmerking nemend dient naar het voorlopig oordeel van de rechter het recht van de chauffeurs op een vrije meningsuiting zwaarder te wegen dan het belang van de Taxicentrale bij bescherming van haar goede naam.
In die afweging is belangrijk dat de beschuldigingen weliswaar ernstig zijn, maar dat zij niet lichtvaardig zijn gedaan. De beschuldigingen staan niet op zichzelf; er zijn ook beschuldigingen afkomstig uit andere bronnen en er loopt nog een strafrechtelijk onderzoek naar TCA.De beschuldigingen zijn in dat licht (ook) niet op voorhand ongegrond of onrechtmatig.

Bron: Rechtbank Zwolle-Lelystad