Het wetsvoorstel strafbaarstelling, verheerlijking, vergoelijking, bagatellisering en ontkenning van zeer ernstige misdrijven zal tot problemen leiden bij toetsing door de rechter. Dat stelt de Raad voor de rechtspraak in zijn advies dat onlangs naar minister Donner werd gestuurd.

Het wetsvoorstel stelt onder meer de verheerlijking van terroristische misdrijven strafbaar. In zoverre sluit het aan op het wetsvoorstel opsporing van terroristische misdrijven en het wetsvoorstel bestuurlijke maatregelen nationale veiligheid. De Raad onderschrijft de doelstelling en noodzaak van de bestrijding van het terrorisme maar meent dat ook dit wetsvoorstel te verreikend is.

Een van de kritiekpunten op het voorstel is dat de rechter in het kader van een "apologiezaak" een antwoord moet geven op de vraag of een bepaalde (historische) gebeurtenis kan worden beschouwd als een internationaal of terroristisch misdrijf. Daardoor ontstaat het gevaar dat in essentie historische, religieuze en politieke controverses door de strafrechter moeten worden beslecht. Het is bovendien hoogst onwaarschijnlijk dat de rechter over voldoende materiaal zal kunnen beschikken om adequaat te oordelen. Het politieonderzoek zal immers niet op dat aspect gericht zijn geweest.

Uit de toelichting op het wetsontwerp valt voorts af te leiden dat het de bedoeling is degenen te straffen die openbare uitlatingen doen met het oogmerk maatschappelijke onrust te veroorzaken. Deze bedoeling komt echter in de redactie van de wet zelf onvoldoende tot uitdrukking. In de wet ontbreekt namelijk het vereiste dat de onrust opzettelijk moet zijn veroorzaakt. Hierdoor krijgen de wettelijke bepalingen in potentie een zodanige reikwijdte dat ook maatschappelijke onrust veroorzakende journalistieke en wetenschappelijke publicaties, daaronder kunnen vallen. Aldus kan de vrijheid van meningsuiting zoals die ook in door Nederland onderschreven internationale verdragen is vastgelegd in het geding komen.

Bron: Raad voor de rechtspraak