Rechtstreeks beroep op bestuursrecht nog weinig toegepast



Er is nog weinig gebruik gemaakt van de mogelijkheid om rechtstreeks in beroep te gaan bij de bestuursrechter. In  één jaar gebeurde dat iets meer dan 50 keer. De aanvankelijke vrees voor overbelasting van de rechterlijke macht door deze beroepsmogelijkheid wordt daarmee niet bewaarheid.

Een en ander blijkt uit een onderzoek van de Universiteiten van Wageningen en van Utrecht dat in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie werd uitgevoerd. De Wet rechtstreeks beroep trad op 1 september 2004 in werking. Rechtstreeks beroep in het bestuursrecht betekent dat een belanghebbende een bestuursorgaan verzoekt om in te stemmen met het overslaan van de bezwaarprocedure en direct beroep bij de administratieve rechter instelt.
De regeling levert volgens de onderzoekers weinig knelpunten op. Er is wel variatie waargenomen in het tijdstip tot wanneer bestuursorganen een verzoek tot rechtstreeks beroep ontvangen en in de mate waarin bestuursorganen, in geval van een meer-partijen procedure, zelf informeren naar de instemming van andere reclamanten met rechtstreeks beroep. Procesgemachtigden verzoeken zelden om rechtstreeks beroep. Zij geven onder andere aan dat zij vaak pas in de bezwaarfase worden betrokken bij de procedure en deze fase daarom niet graag overslaan. Bovendien vinden zij de kans van slagen om in de bezwaarfase alsnog tot overeenstemming te komen belangrijk. Bestuursorganen reageren terughoudend op verzoeken tot rechtstreeks beroep, mede gezien de wetsgeschiedenis en de preventieve werking die blijkt uit te gaan van het vrij hoge aantal  terugwijzingen en afwijzingen door bestuursrechters.
Zowel bestuursorganen als procesvertegenwoordigers geven aan te hechten aan de heroverwegingsfunctie van de bezwaarprocedure. Bovendien zijn voor reclamanten geen kosten gemoeid aan de bezwaarprocedure. Ook de functie van deskundigen in de bezwaarfase kan een rol spelen om deze fase niet te willen overslaan.

Het nut van rechtstreeks beroep wordt wel onderschreven, bijvoorbeeld in complexe zaken waarin standpunten zich hebben verhard, bijvoorbeeld in ambtenarenzaken (vooral ontslag), principiële of zware zaken, besluiten met beperkte geldigheidsduur en op elkaar voortbouwende besluiten. De onderzoekers zeggen het opmerkelijk te vinden dat geen van de respondenten in het onderzoek de nadruk legt op het bespoedigen van de bestuursrechtprocedure en het voorkomen van onnodige traagheid. Daarbij speelt een rol dat de procedure van rechtstreeks beroep instemming van het bestuursorgaan en de rechter vergt, welke vooraf als zeer onzeker worden bestempeld.
Minister Donner heeft het onderzoek met een begeleidende brief naar de Tweede Kamer gestuurd. Daarin schrijft de bewindsman dat hij bestuursorganen wil informeren over de mogelijkheden die de regeling van het rechtstreeks beroep biedt. Dit gebeurt door middel van het actualiseren van de handleiding bezwaarschriftprocedure Algemene wet bestuursrecht. Daarnaast treedt de minister in overleg met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, teneinde de gemeenten te informeren over de resultaten van de
invoeringsevaluatie en te bezien welke mogelijkheden er zijn om het rechtstreeks beroep breder onder de aandacht te brengen.
bron:MinJus



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: