Staatssecretaris Van Hoof van Sociale Zaken en Werkgelegenheid past de regels voor het omgaan met asbest aan zodat deze meer in overeenstemming zijn met de risico's die optreden. Gecertificeerde bedrijven die gespecialiseerd zijn in het inventariseren en verwijderen van asbest gaan vaststellen in welke risicocategorie de werkzaamheden vallen en welke beschermende maatregelen noodzakelijk zijn.

Dit schrijft Van Hoof aan de Tweede Kamer. De staatssecretaris heeft dit besloten omdat een Europese richtlijn een dergelijke benadering voorschrijft.
Bovendien ervaren bedrijven de huidige regelgeving als knellend. De wetgeving kent op dit moment à©à©n norm voor asbestverwijdering, waardoor bedrijven ook in minder gevaarlijke situaties vergaande maatregelen moeten nemen.

In april van dit jaar heeft Van Hoof al een onderzoeksrapport van TNO naar de Tweede Kamer gestuurd waaruit bleek dat een andere aanpak mogelijk is. De werkzaamheden worden ingedeeld in drie risicocategorieën met bijbehorende veiligheidsmaatregelen. De regels voor het werken met asbestmaterialen met een laag risico op het vrijkomen van asbestvezels worden minder streng, terwijl de bepalingen voor werkzaamheden waarbij asbestvezels makkelijk vrij kunnen komen juist worden aangescherpt.

Bij het verwijderen van asbest is het verplicht een gecertificeerd bedrijf in de arm te nemen, dat bepaalt in welke risicocategorie de werkzaamheden vallen. Het gaat hierbij zowel om het bedrijf dat de asbest inventariseert, als om het bedrijf dat de asbest verwijdert.

bron:SZW