Het kabinet wil wettelijke bescherming voor mensen die in het gebied wonen verder van Schiphol, het zogeheten buitengebied. Daar wonen de meeste mensen die last hebben van het vliegverkeer. Dat staat in een brief die staatssecretarissen Schultz van Haegen (Verkeer en Waterstaat) en Van Geel (VROM) woensdag naar de Tweede Kamer hebben gestuurd. In het Kabinetsstandpunt Schiphol heeft het kabinet dan ook vastgesteld dat aanvullende bescherming van het buitengebied noodzakelijk is. Een van de redenen hiervoor is dat het merendeel van de geluidhinder die door Schiphol wordt veroorzaakt, optreedt in dat gebied (98%). Het kabinet ziet op basis van de evaluatie van het Schipholbeleid en de vele verbetervoorstellen diverse mogelijkheden om de hinder in het buitengebied terug te dringen, zoals glijlandingen, verleggen van start- en landingsroutes en het aanvliegen over zee.

Het kabinet verzoekt de luchtvaartpartijen in de zomer van 2006 een eerste voorstel te doen voor een pakket van maatregelen om de hinder te verminderen. In het najaar zal het kabinet besluiten over de maatregelen voor de aanvullende bescherming van het buitengebied en daarover handhaafbare afspraken maken met Schiphol, luchtvaartmaatschappijen en de luchtverkeersleiding.
Het kabinet besluit over deze afspraken in samenhang met de zogeheten saldering tussen de handhavingspunten voor vliegtuiggeluid rond de luchthaven. Dat betekent dat er samenhang is tussen het effect van geluidsterugdringende maatregelen en vervolgens de mogelijkheid om te gaan salderen. Voordat saldering in regelgeving wordt vastgelegd, wordt eerst in een milieueffectrapportage (m.e.r.) onderzocht welke effecten dit heeft op de omgeving.

Het kabinet hanteert twee uitgangspunten bij aanpassingen van het Schipholbeleid: de hinder die de luchthaven veroorzaakt moet verminderen en Schiphol moet behouden blijven als een belangrijk luchtvaartknooppunt in Noordwest-Europa.
bron:VenW