In 2005 werkten 3.015 mensen minder bij het rijk dan in 2004. Dat is een daling van 2,6%. Verder traden meer allochtonen in dienst en kwamen meer vrouwen in hogere functies. Dit blijkt uit het Sociaal Jaarverslag 2005. Minister Remkes (BZK) heeft het Sociaal Jaarverslag 2005 aangeboden aan de Tweede Kamer. Sinds 2002 is het aantal werknemers bij de rijksoverheid met 8,2% gedaald. Dat zijn 10.215 medewerkers. Dit aantal is inclusief de verzelfstandiging van het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS) in 2004. In 2004 en 2005 maakten in totaal bijna 6.000 medewerkers gebruik van de regeling voor flexibel pensioen en uittreding (FPU). Door deze regeling kon het rijk veel jongeren behouden.

Andere cijfers in het Sociaal Jaarverslag zijn onder meer:

-Het ziekteverzuim voor de rijksoverheid is 5,8%.
-De kans om in te stromen in de WAO daalde van 0,5% tot 0,2%.
-Het aantal allochtonen steeg van 8,4 % in 2004 naar 9,3% in 2005.
-In de hogere loonschalen (schaal 15 en hoger) was in 2005 17,6% vrouw. In 2004 was dat 15,6%. Het totaal aantal vrouwen nam met 1% toe tot 40,6%.
-De afgelopen twee jaar heeft het rijk 780 werkervaringsplaatsen gecreëerd voor werkloze jongeren tot 23 jaar. 
Beloningen
Ruim een kwart van de rijksmedewerkers ontving een vorm van bijzondere beloning. Dit is een lichte toename ten opzichte van vorig jaar.In 2005 ontvingen 24 medewerkers een beloning boven het gemiddelde ministerssalaris van 158.000 euro. Dat komt door verlenging van de werkweek (meestal tot 40 uur) en periodieke toeslagen. In acht gevallen was er een ontslagvergoeding.
Bron:BZK