Tweede Kamerleden beschikken over onvoldoende juridische kennis en keuren (daardoor) in toenemende mate ondeugdelijke wetgeving goed. Dat blijkt uit een enquête van Intermediair onder Rijksambtenaren en gesprekken met o.a. de voorzitter van de Eerste Kamer en de voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak. Daarnaast zegt bijna de helft van de 750 respondenten dat wel eens informatie wordt achtergehouden voor ministers en staatssecretarissen om besluitvorming te beïnvloeden. Zo'n 11 procent zegt dat zelf wel eens te doen of kent collega's die dat ook doen.
'De Tweede Kamer maakt vaak een potje van wetgeving die op zichzelf goed is geschreven', zeggen ambtenaren. Meer dan de helft (56 procent) van de respondenten vindt dat de Kamer steeds vaker ondeugdelijke wetgeving goedkeurt. Ze krijgen bijval van Wil Tonkens,
voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak en vice-president van de rechtbank in Amsterdam. 'Er worden steeds vaker wetten aangenomen waar rechters ernstige twijfels bij hebben.' Een belangrijke verklaring is volgens haar het gebrek aan
'juridische knowhow van de Tweede Kamerleden'. Tonkens: 'Die is bij lange na niet meer wat het is geweest.' Ook Yvonne Timmerman-Buck, voorzitter van de Eerste Kamer, heeft 'het gevoel dat de kwaliteit van de wetgeving er niet bepaald op vooruit is gegaan.' Kamerleden hebben volgens haar te weinig aandacht voor de juridische aspecten en de uitvoerbaarheid van wetgeving. André Rouvoet, fractievoorzitter van de ChristenUnie, erkent het probleem. 'Kamerleden besteden steeds minder aandacht aan hun
wetgevende taak. Ze zijn drukker met het voortdurend zichtbaar zijn als volksvertegenwoordiger.' Die zichtbaarheid proberen de Kamerleden vooral te realiseren door zich te focussen op onbenullige details, vindt liefst 81% van de respondenten. 'Dat
snap ik wel', zegt minister van Binnenlandse Zaken Johan Remkes. 'Het stellen van kamervragen lijkt belangrijker dan de antwoorden.'

Informatie achterhouden
In de enquête werd ook gevraagd naar de invloed van ambtenaren op politieke besluitvorming. Die is gering, vindt een overgrote meerderheid. Toch denkt liefst vijfenveertig procent dat ambtenaren informatie achterhouden voor hun minister of
staatssecretaris om zo het beleid te kunnen beïnvloedden. Ruim elf procent zegt dat zelf wel eens te hebben gedaan of een collega te kennen die dat deed. 'Het is dé methode om politici aan te sturen', geven ze onder meer als reden voor het achterhouden
van informatie. 'Zo kunnen we voorkomen dat ministers met de waan van de dag gaan regeren'. Die gedachte leeft vaker nog bij de ambtelijke top, volgens de respondenten. 'Die doen toch gewoon de dingen waarvan zij denkt dat die goed zijn.' Daarbij speelt de
politieke voorkeur een belangrijke rol volgens een deel van de ambtenaren. 'De ambtelijke top is meer genegen te luisteren naar een minister als het past bij hun eigen politieke beeld. Als dat niet zo is dan loopt een en ander wat 'minder voorspoedig', zoals dat
heet.'

Daar zijn verschillende manieren voor. 'Vaak wordt maar één mogelijkheid of advies voorgelegd terwijl er meerdere opties zijn'. 'Informatie wordt achtergehouden op basis van het need to know principe', noemen ambtenaren dat. 'Onacceptabel, 'zegt Remkes
in een reactie. Hoe veel ambtenaren zich daaraan schuldig hebben gemaakt en zijn gesanctioneerd, weet hij niet. 'Daar zijn mij geen gevallen van bekend. Er is echter ook nog geen registratiesysteem voor integriteitsaantastingen binnen de rijksoverheid. Daar
wordt aan gewerkt.'

bron:Creative Venue