Tijdens het vervangen van plaatwerk aan een voertuig verdwijnen soms
voertuigidentificatienummers (VIN). Hierdoor doen zich tijdens de keuring van
schadevoertuigen bij de RDW regelmatig problemen voor. Door vooraf aan het
RDW-keuringsstation te melden dat het VIN wordt verwijderd, kunnen deze problemen worden voorkomen.

De RDW constateert geregeld tijdens de keuring van schadevoertuigen dat het plaatdeel waar op het VIN is ingeslagen vervangen. Met name in of bij de kofferruimte doen zich vaak problemen voor. Het ontbreken van een VIN leidt tot vertraging bij de (her)afgifte van het kentekenbewijs, enerzijds omdat de identiteit van het voertuig niet meer gewaarborgd is, anderzijds omdat een vervolgafspraak moet worden gemaakt voor de inslag van een nieuw nummer.

Tijdens het herstellen van voertuigschade is het van belang dat men eerst vaststelt op welke plaats het VIN is ingeslagen en of het betreffende plaatdeel vervangen moet worden. Als bij een schadereparatie het plaatdeel met het VIN wordt vervangen, moet altijd het verwijderde plaatdeel met het VIN bij de RDW-schadekeuring worden ingeleverd. Om discussie over de identiteit van het voertuig uit te sluiten, verdient het aanbeveling om và³à³raf bij het RDW-keuringsstation, waar de schadekeuring zal worden uitgevoerd, te melden dat het VIN zal worden verwijderd. Zonodig kan de RDW een vooronderzoek doen. Dit vooronderzoek kan aan huis gebeuren.

Als de RDW een nieuw VIN moet inslaan, kan dit gelijktijdig met de schadekeuring
aangevraagd worden waardoor onnodige vertraging wordt voorkomen. Echter, als pas tijdens de keuring wordt geconstateerd dat het VIN ontbreekt kan de identiteit van het voertuig niet worden vastgesteld en kan de RDW geen kenteken afgeven.

bron:RDW