In 2005 had ruim één op de zes Nederlanders contact met een fysiotherapeut. Begin jaren tachtig was dit nog één op de veertien. Dat blijkt uit vergelijkende berekeningen van het CBS.

Nauwelijks meer patiënten door veroudering
De toename van het aantal Nederlanders dat de fysiotherapeut bezoekt is voor ongeveer 10 procent toe te schrijven aan de veroudering van de bevolking in de afgelopen 25 jaar. De stijging is vooral het gevolg van de beschikbaarheid van meer en betere behandelingsmethoden. Tevens is de toegankelijkheid voor fysiotherapeutische zorg verbeterd door de toename van het aantal extramuraal werkzame fysiotherapeuten.

Minder behandelingen per patiënt
Het aantal behandelingen per patiënt is afgenomen van gemiddeld twintig per jaar eind jaren tachtig tot 17 per jaar vandaag de dag. Dit komt door beperkende maatregelen, waardoor het aantal behandelingen per patiënt werd gebonden aan maxima.

Fysiotherapie naar soort therapie
Onder fysiotherapie zijn in de gezondheidsenquête ook andere therapieën begrepen die gericht zijn op het bewegend functioneren, zoals manuele therapie en de oefentherapieën Cesar en Mensendieck. Deze andere therapieën betreffen ruim een kwart van het totaal. Over de periode 1997–2005 was het aantal behandelingen per patiënt per jaar voor manuele therapie 12 en voor Mensendieck en Cesar 14 en 15.

Veel jonge patiënten bij Mensendieck- en Cesartherapie
Ongeacht de soort therapie is het merendeel van de patiënten tussen 25 en 64 jaar. Voor manuele therapie geldt dit zelfs voor vier op de vijf patiënten. Een op de vijf patiënten die gebruik maken van fysiotherapie is ouder dan 65 jaar. Onder de patiënten die de oefentherapieën Mensendieck en Cesar volgen zijn relatief veel jongeren. Zo zijn bijna twee van de vijf Cesarpatiënten jonger dan 25 jaar.

bron:CBS