Vanaf vrijdag 23 september zal in de Universiteitsbibliotheek Amsterdam (UvA) de tentoonstelling ´Pennekunst' te zien zijn. Aan de hand van de eigen, rijke collectie van de Universiteitsbibliotheek geeft ´Pennekunst' een overzicht van vier eeuwen 'schoonschrijven' in Nederland. Met name voor de Nederlandse schrijfmeesters uit de 17e eeuw is een bijzondere rol weggelegd.

De tentoonstelling geeft een beeld van de fraaie en veelzijdige kalligrafieverzameling in de Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek (UvA).

Op het gebied van de letter, in al zijn verschijningsvormen, heeft de Universiteitsbibliotheek een bijzonder rijke collectie. Zo geeft het museum J.A. Dortmond, ondergebracht in het Singelcomplex, een uitgebreid overzicht van het schrift vanaf circa 3000 voor Christus tot heden. En een van de fraaiste en meest kostbare stukken uit de bibliotheekverzameling is een handschrift van Ludovico degli Arrighi, de beroemde zestiende-eeuwse Italiaanse kalligraaf. Verder beheert de UB op het gebied van de drukletter tientallen meters letterproeven naast andere collecties en archieven. Dit alles maakt de Universiteitsbibliotheek tot hà©t centrum voor schrift in Nederland.

De tentoonstelling ´Pennekunst' richt zich op het handschrift en wordt samengesteld door de kalligrafiespecialist Ton Croiset van Uchelen naar aanleiding van het 100-jarig bestaan van de Vereniging van leraren Schoonschrijven en Machineschrijven, een bruikleengever van de Universiteitsbibliotheek. Op de tentoonstelling is zowel handschriftelijk als gedrukt materiaal te bewonderen.

Uitgebreid aandacht wordt besteed aan de Nederlandse schrijfmeester Jan van de Velde. Hij was, ook internationaal gezien, de beste, meest virtuoze kalligraaf uit de 17e eeuw. Beeldschoon is een origineel blad van een ander groot schrijfmeester, Lieve van Coppenol uit 1663. Ook Jan van Krimpen (1891-1958), een van de beroemdste Nederlandse letter- en boekontwerpers, heeft in zijn jonge jaren gekalligrafeerd. Op de tentoonstelling is een mooi perkamenten blad van hem te zien.

Dat kalligrafie een kunstvorm is, wordt onderstreept door werk van bijvoorbeeld J.H. Moesman. Deze bekende surrealistische schilder, tijdgenoot en collega van Carel Willink, kalligrafeerde ook. Het handschrift kreeg door Gerrit Noordzij (1931) als docent aan de Haagse Koninklijke Academie voor de beeldende kunsten een nieuwe betekenis. Noordzij liet zien dat het de basis voor (succesvolle) drukletters kon zijn. Vele van zijn studenten zijn nu beroemde letterontwerpers. Op de tentoonstelling zijn enkele door Noordzij geschreven bladen te zien.

De tentoonstelling loopt tot 23 december 2005.
 
bron:UVA