Ser wijst unaniem het wetsvoorstel herziening concurrentiebeding af



De Sociaal-Economische Raad was vrijdagochtend unaniem in zijn afwijzing van het wetsvoorstel herziening concurrentiebeding. Het wetsvoorstel is op een aantal onderdelen onduidelijk, waardoor de rechtszekerheid voor zowel de werkgever als de werknemer in het gedrang kan komen. Dit klemt te meer omdat het juist de bedoeling van dit wetsvoorstel is de rechtszekerheid en de kwaliteit van wetgeving te bevorderen. Het gaat om een advies aan de Eerste Kamer.
Een concurrentiebeding is een beding waarbij de werknemer wordt beperkt in zijn vrijheid om na het einde van de arbeidsovereenkomst op een bepaalde wijze werkzaam te zijn. Volgens het wetsvoorstel is een dergelijk beding alleen geldig als de werkgever zich heeft verplicht een billijke vergoeding te betalen voor iedere maand dat de beperking duurt. Een beding waarbij de werkgever de werknemer verbiedt om na het einde van de arbeidsovereenkomst de klanten van de werkgever te benaderen (relatiebeding) valt volgens het wetsvoorstel niet onder de regeling van het concurrentiebeding.
FNV-bestuurder Peter Gortzak – die sprak namens de drie vakcentrales – memoreerde de lange voorgeschiedenis van het wetsvoorstel. Het dateert al van zo’n vijf jaar geleden, maar is in de loop der tijd ingrijpend gewijzigd. Gortzak gaf aan dat ongeacht of het wetsvoorstel nu wordt aangenomen of niet, dit niet het einde is van de discussie over het concurrentiebeding. De huidige regeling voldoet immers evenmin, vond hij. Hij gaf daarom een paar tips voor een nieuwe regeling. Om te beginnen moet de regeling overeenkomen met zijn doelstelling. Wees duidelijk over de juiste uitleg van de geldende regeling, mede op basis van jurisprudentie. Ontwerp een aparte regeling voor het relatiebeding als daarvoor andere regels zouden moeten gelden dan voor het concurrentiebeding. En laat de vraag of en in welke mate het concurrentiebeding ongeldig zal zijn, niet afhangen van een onzekere omstandigheid, aldus Gortzak.
Ook de ondernemers, bij monde van H. van der Geest (MKB-Nederland), zagen niets in het wetsvoorstel. In het verleden hebben sociale partners in de Stichting van de Arbeid over dit onderwerp al een verdeeld advies uitgebracht, dus was het weinig zinvol hierover opnieuw een inhoudelijke discussie aan te gaan. Daarom heeft de SER zich nu uitsluitend gebogen over de vragen van de Eerste Kamer, zónder een waardeoordeel over het bestaan en de reikwijdte van het concurrentiebeding te geven. Van der Geest: “Eén ding is zeker. Het wetsvoorstel brengt het bestaande evenwicht in de posities van werkgever en werknemer uit balans. Werkgevers zullen hoge kosten moeten maken om hun gerechtvaardigde bedrijfsbelangen – bescherming van concurrentiegevoelige informatie – te verdedigen. Daarom zeg ik: haal dit wetsvoorstel alsnog van tafel. Geef ondernemers de ruimte voor ondernemen en belast ze niet met dit soort regeltjes. Als een beding onredelijk zou zijn, is de rechter heel goed in staat om dat te matigen.”
bron:SER



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: