Sinds 2003 is in de duinen het aantal konijnen spectaculair toegenomen. Daarmee lijkt de konijnenstand zich te herstellen van de ernstige virusziekte VHS die ons land sinds 1990 trof. Dit blijkt uit de jaarlijkse tellingen door medewerkenden van het CBS.

Herstel alleen in duingebieden
Voorjaarstellingen uit de Amsterdamse waterleidingduinen laten zien dat de konijnenstand in dit gebied het afgelopen jaar spectaculair is toegenomen. Ook in de rest van de duinen is sprake van herstel, vooral in begraasde delen van het terrein. Op de hogere zandgronden treedt echter nog nauwelijks herstel op en lijkt sprake van stabilisatie. In de overige gebieden is het verloop grillig.
Virusziekte
Rond 1990 is voor het eerst de virusziekte viraal hemorragisch syndroom (VHS) geconstateerd. Het geleidelijke herstel van myxomatose, een andere ernstige virusziekte, werd daarmee weer tenietgedaan. Door VHS is het aantal konijnen in de Amsterdamse waterleidingduinen in 2000 gezakt tot minder dan de helft van het aantal in 1993. Sinds 2003 groeit de populatie weer.'
Konijnen en natuurbeheer
De konijnenstand is voor veel natuurgebieden van belang omdat konijnen met hun graaf- en graasactiviteiten ervoor zorgen dat open en gevarieerde vegetaties in stand worden gehouden. De sterke achteruitgang van het konijn, eerder ook al door de virusziekte myxomatose, heeft vooral in natuurgebieden op de hogere zandgronden en in de duinen bijgedragen aan vergrassing, verstruiking en verbossing. Mede vanwege de achteruitgang van het konijn worden op veel plaatsen grote grazers ingezet die dit proces tegen moeten gaan. Ook als prooidier voor roofdieren, roofvogels en uilen speelt het konijn een belangrijke rol in het voortbestaan en functioneren van ecosystemen.
Regionale verschillen
De ontwikkeling van de konijnenstand vertoont regionaal grote verschillen. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat in relatief grote populaties, zoals in de duinen, de ziekte zich vaak gemakkelijk verspreidt en harder toeslaat. In dergelijke populaties neemt echter vaak ook de weerstand tegen de ziekte sneller toe, waardoor weer snel herstel op kan treden. Hoe snel de populatie wordt aangetast en herstelt, is ook afhankelijk van de mate van isolatie, van biotoopveranderingen en van het seizoen waarin besmetting optreedt.
bron:CBS