De voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage heeft de vordering van een dierenarts om de Staat te verplichten met onmiddellijke ingang alle pluimveehouders in Nederland opdracht te geven hun pluimvee op te hokken, afgewezen.

Vanwege het verhoogde risico dat trekvogels die besmet zijn met het Aviaire Influenzavirus (vogelgriep of vogelpest) Nederland aandoen, heeft de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit op 18 augustus 2005 de Tijdelijke regeling ter wering van Aviaire Influenza uitgevaardigd. Op grond van deze regeling geldt een ophokverplichting voor bedrijfsmatig gehouden pluimvee.
Uit artikel 2 van de regeling blijkt dat de regeling niet van toepassing is op vier categorieën pluimvee, waaronder niet-bedrijfsmatig gehouden pluimvee.

De vordering van eiser komt volgens de voorzieningenrechter neer op een gebod aan de Staat om artikel 2 van de Tijdelijke regeling in te trekken of buiten toepassing te laten. De voorzieningenrechter overweegt dat het bij deze regeling gaat om materiële wetgeving en alleen de Minister bevoegd is een dergelijke regeling te treffen en te beslissen over de reikwijdte van zo'n regeling. Het handelen van de Minister is onderworpen aan controle door de volksvertegenwoordiging. Er ligt hier naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen taak of bevoegdheid voor de rechter.

bron:Rechtbank Den Haag