Stimuleren cultuur en creativiteit verdient heldere motivatie en terughoudendheid



Wil de overheid cultuur en creativiteit effectief kunnen stimuleren, dan moet steeds duidelijk zijn waarom bemoeienis van de overheid nodig is. Vaak zal de markt goed in staat zijn om slimme oplossingen te bedenken voor mogelijke knelpunten in het aanbod van cultuur en andere creatieve producten. Om deze creativiteit van de markt niet in de weg te staan, is terughoudendheid in beleid gewenst.

De creatieve industrie is een heterogene sector waar aanzienlijke onzekerheden spelen over de oorzaak van eventuele marktproblemen. Trends als digitalisering en globalisering zorgen ervoor dat de creatieve industrieën continu in beweging zijn. Als gevolg van deze factoren is het bepalen van :hoe en waar (cultuur-)beleid ingezet zou moeten worden geen eenvoudige taak. Het gevaar van verkeerd richten van beleid, van bureaucratie en lobby ligt dan op de loer.

Wat betekent dit concreet? Beleid kan nodig zijn om problemen aan de vraagkant op te lossen, bijvoorbeeld omdat de consument onvoldoende oog heeft voor de baten van creatieve producten. Dit vraagt om een op potentiële cultuurconsumenten gericht beleid van opleiden en verleiden. Cultuurvouchers kunnen dan heel wat effectiever blijken dan subsidies aan kunstenaars en andere creatieve producenten. Indien cultuurbeleid daarentegen vooral tot doel heeft bepaalde cultuuruitingen te stimuleren vanwege hun bestaanswaarde, dan is beleid gericht op de aanbodzijde (kunstenaars en andere creatieve producenten) op zijn plaats.

Dit concludeert het Centraal Planbureau (CPB) in het vandaag verschenen CPB Document. De creativiteit van de markt. Verkenning van de rol van de overheid bij creatieve industrieën. Het rapport is geschreven in het kader van het onderzoekstraject naar de economische betekenis van creatieve bedrijfstakken, dat geïnitieerd is door de Ministeries van Economische Zaken en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Het onderzoekstraject levert input voor de beleidsbrief Cultuur en economie die deze ministeries dit najaar zullen uitbrengen.

Een onderzoek naar de motivatie voor beleid gericht op cultuur en creativiteit
In het CPB-rapport staat de vraag centraal onder welke omstandigheden er een rol kan zijn weggelegd voor de overheid om creatieve bedrijfstakken te stimuleren. Het onderzoek is een analytische verkenning. Veel voorbeelden uit de creatieve bedrijfstakken passeren daarbij de revue. De gekozen benadering levert een stevige inhoudelijk-theoretische fundering op voor het overwegen of heroverwegen van beleid. Het rapport is niet gericht op een beoordeling van het huidige (cultuur-)beleid, maar levert inzicht in de motieven voor beleid en aangrijpingspunten voor de vormgeving van beleid.

De creativiteit van de markt
In het rapport wordt met een economische bril gekeken naar de creatieve sectoren (kunst en cultuur, media en entertainment en creatieve zakelijke dienstverlening). Deze bril blijkt zinvol te zijn om een aantal zaken helder te zien: het verschil tussen waarde (artistieke waardering) en prijs (economische waardering) is bij uitstek een onderwerp voor economische analyse. Een eerste observatie is dat de markt creatief is in het bedenken van oplossingen voor potentiële problemen. Uitgevers nemen risicos over van auteurs en verhelpen zo kapitaalmarktimperfecties. De gedrevenheid van kunstenaars zorgt voor een divers aanbod. Coördinatieproblemen bij het in de markt zetten van nieuwe muzikanten worden door platenmaatschappijen overgenomen. Op internet wordt toch muziek verkocht ondanks dat veel gratis te downloaden is. Onzekerheden omtrent het succes van een industrieel ontwerp worden overgenomen door de industriële producent. Kortom, potentiële marktproblemen zijn in veel gevallen geen directe aanleiding voor overheidsbeleid.

Motieven voor cultuurbeleid
Maar ondanks de creativiteit van de markt blijft een aantal vormen van marktfalen problematisch. Het belangrijkste risico is dat het aanbod aan creatieve producten te laag is. Dit kan verschillende redenen hebben. Van sommige creatieve producten (bijvoorbeeld muziek van Strawinsky) realiseren mensen zich onvoldoende dat de waardering groeit naarmate ze zich erin verdiepen. Of ze vinden het te moeilijk om aanbod te vinden dat aansluit bij hun wensen (bijvoorbeeld, naar welk experimenteel toneel te gaan). Problemen kunnen zich ook voordoen aan de aanbodzijde. Denk aan digitale informatie waarvoor de copyrights moeilijk te handhaven zijn (popmuziek en illegale downloads), of aan coördinatie- en schaalproblemen, die grote projecten moeilijk te organiseren maken (Nederlandse film). Daarnaast speelt paternalisme een rol, waarbij de overheid - veelal vanuit niet-economische overwegingen - bepaalde consumptie wil stimuleren omdat die inherent goed zou zijn, zonder dat consumenten daar zelf voorkeur voor hebben. Wat van belang is voor beleid, is te weten welke oorzaak ten grondslag ligt aan te laag aanbod en of er inderdaad sprake is van een marktfalen, of simpelweg van te weinig vraag (wat, los van paternalistische motieven, geen reden is voor zorg).

Terughoudend overheidsbeleid gewenst
De relevante beleidsvraag is vervolgens of beleid de marktuitkomst kan verbeteren. Beleid is nooit zonder kosten en zelden zonder risicos. De onzekerheden in de markt voor creatieve producten vormen het belangrijkste risico. Ten eerste is deze markt zeer divers. Ten tweede zijn flinke delen van de markt continu in beweging en is de richting van de dynamiek niet altijd helder. Ten derde is ook niet altijd duidelijk wat de oorzaak is van eventuele marktproblemen. Naarmate de onzekerheden groter zijn, is de kans dat beleidsinstrumenten effectief zijn, kleiner. Het gevaar is dat de overheid verkeerde keuzes maakt die wel kostbaar zijn, maar niet het gewenste resultaat opleveren. Een risico is ook dat het beleid ten prooi valt aan lobby door artiesten en andere creatieve producenten.

bron:EZ



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: