Transactie Ajax in onderzoek transfers Arveladze en Laudrup



Het strafrechtelijk opsporingsonderzoek en het gerechtelijk vooronderzoek met betrekking tot de transfers van de voetbalspelers Shota Arveladze en Michael Laudrup naar Ajax in de zomer van 1997 is afgerond. Het Openbaar Ministerie is tot de volgende conclusies en beslissingen gekomen ten aanzien van de verdachten AFC Ajax N.V., Vereniging Amsterdamsche Football Club Ajax (beide verder: "Ajax") en de heren Van Os en Oldenhof, respectievelijk bestuurslid en directeur van de Vereniging ten tijde van de transfers. Ajax accepteert een door het Openbaar Ministerie ter afkoop van verdere strafvervolging aangeboden transactie.

Het Openbaar Ministerie heeft geconstateerd dat door Ajax overgemaakte transfervergoedingen in het kader van de komst van Arveladze en Laudrup naar Ajax, via de oude clubs en/of agenten van die spelers gedeeltelijk bij de spelers zijn terechtgekomen. Naar de mening van het Openbaar Ministerie had Ajax ten minste moeten begrijpen dat de door haar betaalde transfervergoedingen (gedeeltelijk) feitelijk loon voor die spelers vormden. Het Openbaar Ministerie is dan ook van mening dat Ajax betalingen heeft gedaan die de club voor fiscale doeleinden had moeten aanmerken als loon en waarover Ajax loonbelasting had dienen af te dragen. Ajax heeft daarmee naar de mening van het Openbaar Ministerie onjuiste aangiften loonbelasting gedaan, waarvoor zij strafrechtelijk aansprakelijk kan worden gehouden.
Sinds de transfers zijn acht jaren verstreken. Het strafrechtelijk onderzoek in deze zaak heeft circa vier jaren geduurd en is voorafgegaan door een circa drie jaren durend fiscaal onderzoek, welke lange onderzoeksperiode grotendeels te wijten is aan de diverse verzoeken tot administratieve bijstand en strafrechtelijke rechtshulp in het buitenland. De belastingdienst heeft naar aanleiding van het door hemzelf en het door het Openbaar Ministerie gedane onderzoek naheffingsaanslagen opgelegd aan Ajax ten bedrage van in totaal 5.8 miljoen, exclusief heffingsrente, waar Ajax beroep tegen heeft aangetekend. De fiscale rechter zal zich daarover in een later stadium uitspreken.
Het Openbaar Ministerie heeft reeds in juli 2003 besloten de betrokken spelers, Shota Arveladze en Michael Laudrup, en overige betrokken personen zoals tussenpersonen, voetbalmakelaars en medewerkers van de buitenlandse clubs, niet te vervolgen, nu het Openbaar Ministerie van oordeel is dat de regelgeving rond de loonbelasting met name is gericht op de inhoudingsplichtigen, in casu de voetbalorganisaties. Ajax heeft tegenover het Openbaar Ministerie benadrukt dat zij in alle opzichten aan haar fiscale verplichtingen wenst te voldoen en dat zij mede naar aanleiding van het onderzoek in deze zaak haar interne procedure rond internationale transfers verder heeft aangescherpt teneinde het risico dat Ajax opnieuw wordt betrokken bij een opzet van spelers en/of hun agenten om betaling van belasting te vermijden verder te beperken.
Het Openbaar Ministerie heeft in het bovenstaande aanleiding gezien in overleg te treden met het bestuur van de belastingdienst. Naar aanleiding van dat overleg is besloten Ajax een transactie aan te bieden van 500.000 ter afkoop van een verdere strafvervolging terzake bovenaangeduide transfers. Ajax heeft het Openbaar Ministerie medegedeeld dat zij het transactieaanbod aanvaard en er om haar moverende redenen vanaf ziet het standpunt van het Openbaar Ministerie in rechte aan te vechten, maar dat zij het beroep tegen de naheffingsaanslagen van de belastingdienst handhaaft. Naar aanleiding van het eerdergenoemde overleg van het Openbaar Ministerie met de belastingdienst en gezien het aan Ajax gedane en door haar geaccepteerde transactieaanbod, is door het Openbaar Ministerie besloten de zaak tegen de heren Van Os en Oldenhof te seponeren.
bron:OM



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: