Vergunningen kunnen verdwijnen als bescherming van publieke belangen ook mogelijk is zonder individuele toetsing vooraf. Is een vergunning wel nodig dan moeten aanvragers kunnen rekenen op een vlot besluit dat op een transparante manier tot stand komt. Vergunningen dienen een doeltreffend en evenredig middel te zijn. Dit draagt bij aan herstel van de Nederlandse concurrentiekracht, vermindering van de regelzucht en bureaucratie en versterking van de verantwoordelijkheid en autonomie van burgers en bedrijven. Om dit te realiseren start op 1 oktober a.s. het Project Vereenvoudiging Vergunningen.

Uiterlijk eind 2006 is het project afgerond. Dit staat in de
kabinetsreactie op het Advies van de Taskforce Vereenvoudigen Vergunningen waarmee de ministerraad op voorstel van staatssecretaris Van Gennip van Economische Zaken heeft ingestemd.

Door het afschaffen van onnodige vergunningen en het verbeteren van de verlening van vergunningen die na toetsing overblijven ontstaat een breder draagvlak voor het vergunningenstelsel in het algemeen. Vergunningverlening is een onmisbaar en effectief middel voor de overheid om via voorafgaande toetsing van mogelijk  risicovolle maatschappelijke activiteiten op efficiënte wijze publieke belangen te beschermen.

 Zowel gemeenten, provincies en waterschappen als de koepels van ondernemersorganisaties werken actief aan het project mee en nemen zitting in de stuurgroep. Ook de voorzitter van de Taskforce, drs. Arie Kraaijeveld, maakt deel uit van deze stuurgroep. Om het ambitieuze project, waarbij in korte tijd op veel verschillende terreinen onderzoek en toetsing moet plaatsvinden, uit te voeren wordt een tijdelijke projectdirectie ingericht, die wordt ondergebracht bij het Ministerie van Economische Zaken. Een ministeriële stuurgroep, onder leiding van de Minister President, bepaalt de politiek bestuurlijke agenda van het project. Coà¶rdinerend bewindspersoon is staatssecretaris Van Gennip.

Om de vergunningenlast aanzienlijk te verminderen worden alle bestaande vergunningstelsels op basis van rijksregelingen voor 1 mei 2006 getoetst op nut en noodzaak. Vergunningenstelsels die niet aan de voorwaarden voldoen, verdwijnen of worden omgezet in algemene regels. Voor vergunningen die blijven bestaan wordt het proces van verlening verbeterd en verkort. De modelverordeningen van de VNG waarop veel gemeenten hun vergunningenstelsels baseren, worden opnieuw beoordeeld. In overleg met de ondernemersorganisaties worden vijf sectoren gekozen waar de komende maanden de vergunningenstelsels met voorrang zullen worden getoetst. Ook wordt een pilot uitgevoerd met een concernbenadering voor ondernemers die met zeer veel verschillende vergunningverleners en toezichthouders te maken hebben.

Met het Interprovinciaal  Overleg en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten worden de mogelijkheden verkend om interbestuurlijke shared services te ontwikkelen en zo de verstrekking van vergunningen te professionaliseren. Het kabinet is van plan een regeling voor direct beroep bij niet tijdig beslissen als aanvulling op te nemen in de Algemene Wet Bestuursrecht. Systematisch wordt onderzocht voor welke eenvoudige vergunningen de silencio positivo kan worden ingevoerd. Daarmee voert het kabinet de motie uit die de Kamerleden Verburg en Bakker hebben voorgesteld tijdens het verantwoordingsdebat over de Jaarverslagen 2004.

In afwachting van de resultaten van een studiegroep onder leiding van prof. Scheltema worden nog geen maatregelen genomen om schadevergoeding bij een te late beslissing mogelijk te maken.

Om een rechtvaardiger kostentoedeling te bereiken worden drie onderzoeken gestart naar legesheffing. Vastgesteld moet worden in welke mate legesopbrengsten bijdragen aan de financiering van overheidsorganisaties.  Daarnaast wordt nagegaan welke effecten de afschaffing van leges in voorkomende gevallen heeft gehad op het vergunningenbeleid. Om kruissubsidiëring, waarbij de opbrengsten van sommige vergunningen worden aangewend om de leges van andere vergunningen laag te houden, tegen te gaan wordt in beeld gebracht
in welke mate het verschijnsel voorkomt en welke effecten het heeft. Al deze onderzoeken zijn in mei 2006 afgerond.

bron:EZ