In het hoger onderwijs worden met ingang van het studiejaar 2007/’08 leerrechten ingevoerd. Het Ministerie van OCW wil met dit nieuwe financieringssysteem studenten aanzetten tot efficiënter studeren. Momenteel studeert 35 procent van de vwo’ers langer in het wetenschappelijk onderwijs dan de leerrechtentermijn van zes of zeven jaar. Dat blijkt uit berekeningen van het CBS.

Wat betekenen leerrechten voor een vwo’er op de universiteit?
Twee derde van de eerstejaars in het wetenschappelijk onderwijs komt van het vwo. De eerstejaars krijgen zes jaar leerrechten voor studies met een duur van vier jaar en zeven jaar voor studies van vijf jaar. Als studenten geen leerrechten meer kunnen inzetten, krijgt de universiteit geen overheidsfinanciering meer voor hen. Dit betekent dat universiteiten studenten meer collegegeld gaan vragen.

Rendement vierjarige studies lager dan bij vijfjarige
Van de vwo’ers die in 1999 met een vierjarige studie zijn begonnen, is na de leerrechtentermijn van zes jaar 48 procent geslaagd. De slagingspercentages lopen bij de verschillende studierichtingen uiteen van 42 bij taalwetenschappen, geschiedenis en kunst tot 68 bij onderwijs. Bijna 40 procent van de studenten was na zes jaar nog bezig met hun studie. 

Bij de studies met een duur van vijf jaar behaalde 55 procent van de vwo’ers die in 1998 startten, na zeven jaar hun einddiploma. Dat percentage varieerde van 47 bij techniek, industrie en bouwkunde tot 68 bij landbouw en diergeneeskunde. Ongeveer 30 procent stond na zeven jaar nog ingeschreven aan een universiteit.

Allochtonen studeren langer
Autochtone studenten in het wetenschappelijk onderwijs studeren sneller af dan allochtonen. Van de allochtone studenten die in 1999 met een vierjarige studie begonnen, slaagde 40 procent binnen de termijn van 6 jaar. Bij de autochtonen lag dat percentage op 50.

bron:CBS