Veroordeling oud LPF voorzitter voor zelfgeschreven dreigfax



De rechtbank te Rotterdam heeft op 5 december de voormalige LPF-voorzitter M. wegens bedreiging van een Kamerlid en het doen van een valse aangifte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden, een werkstraf van 100 uur en een boete van ̢? 1000. De man stuurde in november 2004 een dreigbrief aan zijn eigen partij en aan het Kamerlid M. Herben en heeft vervolgens aangifte gedaan van deze bedreiging.

In de dreigbrief stond onder meer:
"Stop de moslimhaters" en "De extremisten waar H. en ook op de site van de vereniging M. het over hebben is eigenlijk over zichzelf, zij moeten boeten en zij moeten verantwoording afleggen aan Allah de barmhartige en als het moet brengen wij ze wel naar Hem toe".

Strafmotivering
Bij het opleggen van de straf heeft de rechtbank het precaire politieke en maatschappelijke klimaat van die periode in aanmerking genomen. De verdachte heeft met zijn gedrag voor verdere maatschappelijke beroering gezorgd, terwijl hij gelet op zijn functie een extra verantwoordelijkheid had. Vanwege de politie-inzet en persoonsbewaking als gevolg van de bedreiging, vindt de rechtbank het passend dat de verdachte een deel van die kosten compenseert door het betalen van een geldboete.
De rechtbank heeft er rekening mee gehouden dat de verdachte niet eerder veroordeeld is voor een strafbaar feit. Door een drs. J.H.A.M. Kobussen, klinisch psycholoog-psychotherapeut, is gerapporteerd dat de verdachte als gevolg van een persoonlijkheidsstoornis verminderd toerekeningsvatbaar geacht kan worden. Daarom wordt een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd.

"dat er in de jeugd bij verdachte een scheefgroei is ontstaan en de intellectuele capaciteiten en sociale en emotionele vermogens niet in balans met elkaar zijn ontwikkeld. Verdachte ontwikkelde een onderpresteren en een persoonlijkheidsstoornis met narcistische kenmerken. Te hoog gegrepen doelen leidden tot een chronische aanpassingsstoornis."

"Gezien het vroege ontstaan van de stoornis en de invloed van de stoornis op het delict kan gesteld worden dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar geacht kan worden. Geadviseerd wordt dat de stoornis van verdachte wordt behandeld en de reeds ingezette behandeling wordt voortgezet, alsmede dat door de reclassering toezicht wordt uitgeoefend".

Bron: Rechtbank Rotterdam



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: