Volgens de VNG moet het Besluit Rijkssubsidiering Instandhouding Monumenten (BRIM) nog behoorlijk worden aangepast. Het BRIM wordt een nieuwe regeling, de opvolger van twee aparte regelingen voor restauratie en onderhoud van monumenten. Deze samenvoeging zou tot vereenvoudiging en dus tot lastenvermindering moeten leiden, maar zoals het er nu naar uitziet, is dat niet het geval, aldus de VNG.

De VNG presenteert een eigen visie op de subsidiering van rijksmonumenten onder het motto 'meer doen, meer geld, minder regels'. Gemeenten als hà©t loket voor instandhouding monumenten In het BRIM loopt de eigenaar het risico met twee overheden zaken te moeten doen: met de gemeente over de  monumentenvergunning en apart met het Rijk over de financiering. Onwenselijk, want dit staat haaks op de 1-loketgedachte en vermindering van administratieve lastendruk, aldus de VNG. De VNG stelt voor de gemeente als à©à©n overheidsloket voor de instandhouding van monumenten te laten fungeren. De gemeente kent immers de lokale situatie en de betreffende monumenten. Dit VNG-model voorkomt bovendien dat er voor à©à©n restauratie twee aparte aanvraagformulieren met verschillende voorwaarden komen.

Ook geld voor restauratieachterstanden
De VNG roept het kabinet op met voorrang restauratieachterstanden aan te pakken. Het BRIM gaat en onrechte uit van een situatie waarin achterstanden zijn weggewerkt. De VNG pleit dan ook voor een realistische, actuele inventarisatie en voor voldoende middelen om restauraties mogelijk te maken.

Geen toename van administratieve lasten
Volgens de VNG is het BRIM nog onnodig complex en gedetailleerd. De VNG stelt daarom voor de elementen waaruit een instandhoudingsplan moet bestaan sterk te vereenvoudigen. Tevens moeten gemeenten die veel monumenten in eigendom hebben, de mogelijkheid hebben om gecombineerde instandhoudingsplannen in te dienen. Tenslotte moeten ook kleine Stadsherstelorganisaties gebruik kunnen maken van de regeling.Dit najaar zal de Tweede Kamer het BRIM behandelen.

bron:VNG