De VNG vindt dat woningcorporaties duidelijker moeten aangeven wat hun financiële ruimte is en welke investeringen ze gaan doen. Minister Dekker moet iets doen aan de huidige vrijblijvendheid. Dit stelt de VNG in haar notitie Toekomst Woningcorporaties, die vandaag aan de Tweede Kamer is aangeboden

De minister stelt in haar beleidsvisie Toekomst Woningcorporaties dat er een investeringsdoelstelling moet komen die ervoor zorgt dat corporaties tenminste een deel van hun vermogen inzetten op lokaal niveau. De VNG is daar groot voorstander van. De VNG wil een 'harde' investeringsdoelstelling die op voorhand openbaar is. Het grote voordeel hiervan is dat er geen onduidelijkheid meer kan bestaan over het potentieel dat corporaties lokaal kunnen inzetten. De minister gaat wat ons betreft niet ver genoeg door pas bij een conflict tussen corporatie en gemeente de investeringsdoelstelling openbaar te maken. Gemeenten en corporaties moeten van elkaar weten wat ze willen en kunnen investeren in de volkshuisvesting. Dit strookt met het RIGO-rapport dat de Kamer in 2005 heeft laten opstellen. Hierin wordt gepleit dat corporaties inzicht geven in het beschikbare jaarbudget.

Ook vindt de VNG dat de investeringsdoelstelling niet beperkt moet worden tot alleen (ver)nieuwbouw, renovatie en herstructurering. Alle niet-commerciële activiteiten van de corporaties zijn van belang, dus ook investeringen in leefbaarheid, veiligheid, zorg en maatschappelijk vastgoed. Wij vinden dat gemeenten en woningcorporaties gezamenlijk moeten afwegen waarin ze op lokaal niveau willen investeren.

De beleidsvisie van de minister van VROM is overigens een uitgebalanceerd voorstel. Centraal element is dat de gemeente een woonvisie maakt. De VNG vindt dat, als de gemeente haar woonvisie op een zorgvuldige manier heeft vastgesteld, deze bepalend moet zijn voor verdere afspraken met corporaties. Bij een conflict tussen gemeente en corporatie dient de minister snel - met de woonvisie als uitgangspunt - de knoop door te hakken.

Dat gemeenten op de goede weg zijn bij het maken van een woonvisie blijkt uit onderzoek
van de VNG. Van de 326 responderende gemeenten heeft 87% een woonvisie; 90% heeft deze
ontwikkeld in samenspraak met de corporaties en 60% zoekt expliciet de regionale afstemming. In het najaar komt de VNG met een handboek en een scholingsaanbod om gemeenten te ondersteunen bij het maken van een kwalitatief goede woonvisie. Hierin krijgt de afstemming met woningcorporaties en de regio nadrukkelijk aandacht.

bron:VNG