De Eerste Kamer bespreekt dinsdag 4 oktober met minister De Geus (sociale zaken en werkgelegenheid) de nieuwe regeling voor verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling. Bij een deel van de senaat (VVD, D66 en Onafhankelijke Senaatsfractie) leven principiële bezwaren tegen de verplichting van vrije beroepsbeoefenaren om aan een dergelijke beroepspensioenregeling deel te nemen, als een meerderheid van de beroepsgenoten dit wil. Zij vragen of misschien ook ondernemers in het midden- en kleinbedrijf straks gedwongen kunnen worden deel te nemen aan een beroepspensioenregeling.

Ook de fracties van CDA en PvdA hebben nog vragen over deze regeling. Deze richten zich vooral op het meten van het draagvlak onder vrije beroepsbeoefenaren voor een dergelijke verplichte pensioenregeling. Zo wil het CDA weten of beroepsgenoten in loondienst ook meetellen voor het meten van het draagvlak. De PvdA vraagt waarom elke vijf jaar de representativiteit van de beroepsvereniging die de pensioenregeling aanvraagt gemeten moet worden. Alle fracties vragen aandacht voor de notarissen die al een eigen pensioenregeling hebben en zich verzetten tegen onderdelen van de nieuwe wet, zoals de premiestelling en het toezicht van De Nederlandsche Bank.

bon:Eerste Kamer