Het overheidsbeleid voor de vrijetijdsindustrie in ons land is momenteel te versnipperd, want verdeeld over vier departementen: economische zaken, sport, cultuur en landbouw en natuur. Dat terwijl in de markt de scheidslijnen tussen toerisme, recreatie, cultuur, sport en events vervagen. MKB-Nederland wil daarom dat staatssecretaris Van Gennip van economische zaken een interdepartementaal ´vrijetijdsoverleg' opzet, onder haar leiding.

Donderdag presenteerden het cluster Vrijetijd en Zakelijke Gastvrijheid (VTZG) van MKB-Nederland en Rabobank Nederland het Masterplan Vrijetijdsindustrie aan de staatssecretaris. De sector is van grote economische betekenis voor ons land. Jaarlijks geven huishoudens 35 miljard euro uit aan de besteding van hun vrije tijd, een kwart van hun budget Er zijn 54 duizend bedrijven in de sector, met 350 duizend werknemers. Dat is vijf procent van de totale werkgelegenheid in ons land. Bovendien is er een groot spin-off effect naar andere sectoren: elke honderd banen in de vrijetijdsindustrie leveren twintig banen elders op.

De vrijetijdsindustrie kan en wil nog verder groeien. Daarvoor moet de overheid wel een aantal voorwaarden scheppen. Vermindering van administratieve lasten en overdaad aan vergunningen en tegenstrijdige regels staan voorop. Een ander groot pijnpunt is dat de lagere overheden de toerist/recreant ziet als middel om geld te genereren via een overdaad aan heffingen (toeristenbelasting, baatbelasting, vermakelijkheidsretributie, parkeerbelasting, precarioheffingen, enz.). De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn verhindert uitbreiding van recreatiemogelijkheden op het platteland.

Maar ook de sector zelf gaat voortvarend aan de slag om nog ondernemender te worden. Het MKB-cluster VTZG zet de komende jaren in op innovatie. Beoogd wordt het ontwikkelen van totaal nieuwe concepten binnen en tussen sectoren. Arbeidsmarktbeleid, gerelateerd aan flexibilisering van cao's, is een tweede speerpunt.

bron:MKB