In 2004 heeft 1,3% van de volwassen Nederlanders persoonlijk geld geïnvesteerd in de oprichting van een nieuw bedrijf van iemand anders. Met dit aandeel 'informele investeerders' scoort Nederland zowel onder het gemiddelde van EU- als OESO-landen. Wel blijkt dat het geïnvesteerde bedrag per informele investeerder in Nederland relatief hoog is.

 

Verder valt op dat startende ondernemers vier keer zo vaak ook zelf informele investeerders zijn als mensen die niet bezig zijn met nieuwe ondernemerschapsactiviteiten. Het een en ander blijkt uit een EIM-minirapportage op basis van bevindingen uit de Global Entrepreneurship Monitor (GEM), een jaarlijks internationaal onderzoek naar nieuw ondernemerschap.

Ruim 1% van de Nederlandse bevolking is informele investeerder
Het aandeel informele investeerders in Nederland ligt al jaren even boven de 1 procent. Met een aandeel van 1,3% in 2004 scoort Nederland zowel onder het EU- als OESO-gemiddelde. Het gemiddelde aandeel informele investeerders van EU-landen die deelnemen aan GEM is 2,4%. Voor de OESO-landen die deelnemen aan GEM bedraagt het aandeel informele investeerders gemiddeld 3,0%. Het aandeel informele investeerders is met 8,8% het hoogst in IJsland, op afstand gevolgd door landen als Frankrijk (4,9%), Nieuw Zeeland (4,8%), de Verenigde Staten (4,3%) en Noorwegen (4,3%). Het aandeel informele investeerders is het laagst in Japan (0,3%) en Portugal (0,9%).

Vrij hoog investeringsbedrag per informele investeerder
In 2004 heeft in Nederland 30% van de informele investeerders een bedrag van 10.000 euro of minder verstrekt; iets minder dan de helft investeerde tussen de 10.000 en 100.000 euro en ongeveer 20% investeerde meer dan 100.000 euro. Wat opvalt is dat in Nederland het investeringsbedrag per informele investeerder in vergelijking tot andere landen zeer hoog is. Opvallend is dat startende ondernemers vier keer zo vaak ook zelf informele investeerders zijn als mensen die niet bezig zijn met nieuwe ondernemerschapsactiviteiten.

Groot potentieel aan durfkapitaal
Voor nieuwe ondernemingen is het verkrijgen van een startkapitaal meestal een probleem. Informele investeerders kunnen een stimulerende invloed hebben op de creatie van nieuwe ondernemingen. Het lage aandeel in Nederland duidt er op dat er nog veel potentieel aan durfkapitaal aanwezig is. In 2004 heeft ruim 20% van de informele investeerders gebruik gemaakt van de fiscaal voordelige durfkapitaalregeling (voorheen Tante Agaath regeling). Van degenen die zeggen geen gebruik van de regeling te maken geeft 42% aan de regeling niet te kennen. Met name onder de kleine kapitaalverstrekkers (tot 10.000 euro)is de regeling onbekend.

Informele investeerders: ondernemend en optimistisch
Ongeveer 80% van de informele investeerders behoort tot de intimi van de ondernemers van de bedrijven waarin zij investeren, 40% is een naast familielid. Hoger opgeleiden investeren bijna twee keer zo vaak als gemiddeld opgeleiden en bijna drie keer zo vaak als lager opgeleiden. Het merendeel van de informele investeerders is fulltime werkzaam.  Mannen zijn ongeveer 2,5 keer zo vaak als vrouwen informele investeerder. Een ander opvallend kenmerk is dat informele investeerders de eigen kennis en vaardigheden om zelf een bedrijf op te richten veel positiever inschatten dan gemiddeld. Ook schatten ze de
kansen om een bedrijf op te richten in de komende tijd vaker positief in en geven ze minder vaak aan dat angst voor mislukking hen zou weerhouden van de oprichting van een eigen bedrijf.

Informatie
Voor meer informatie over het onderzoek kunt u op de dag dit persbericht verschijnt contact opnemen met Jolanda Hessels via telefoonnummer 06 55 82 24 70. U kunt de rapportage 'Omvang, kenmerken en belang van informele investeerders in Nederland' kosteloos downloaden van www.ondernemerschap.nl.
Het onderzoek is uitgevoerd binnen het onderzoeksprogramma MKB en ondernemerschap.

bron:EIM