Welzijnsregels bij proefdieren goed nageleefd



Voorschriften die direct verband houden met het welzijn van proefdieren worden in het algemeen goed nageleefd. Dit blijkt uit ‘Zo doende 2004’ het jaaroverzicht over dierproeven van de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA). De VWA houdt toezicht op de naleving van de ‘Wet op de dierproeven’ (Wod).
In totaal zijn 633.155 dierproeven geregistreerd. Hiervoor zijn in 2004 609.313 proefdieren voor het eerst gebruikt. Bijna de helft (47,4%) van de dierproeven in 2004 is verricht voor wetenschappelijk onderzoek naar bijvoorbeeld de oorzaak en behandeling van ziekten bij de mens, zoals kanker en hart- en vaatziekten. 45,1% van het totaal aantal dierproeven is verricht voor onderzoek voor de ontwikkeling, productie of ijking van sera, vaccins, geneesmiddelen en medische of veterinaire producten, 5,7% werd gedaan om de mogelijke schadelijkheid van stoffen te onderzoeken, 1,7% voor onderwijs en training en 0,1% voor diagnostiek.
Tweederde van het aantal dierproeven is verricht op muizen en ratten. Ongeveer een derde van het aantal muizen was genetisch gemodificeerd. Deze zijn vooral gebruikt voor onderzoek naar kanker bij de mens. Daarna zijn kippen de meest gebruikte proefdieren. Het aantal dierproeven met kippen is nu weer toegenomen, nadat er in 2003 veel minder kippen voor dierproeven werden gebruikt als gevolg van de uitbraak van de Aviaire Influenza.

Door de VWA zijn 538 inspecties uitgevoerd, waarvan ongeveer 200 onaangekondigd. De VWA controleerde of de huisvesting van de dieren voldoet aan de wettelijke regeling en of bijvoorbeeld schuilmogelijkheden, nestmateriaal, bedding en speeltjes in de kooien aanwezig waren. Ook werd gekeken of de dieren zorgvuldig werden behandeld en verzorgd en of de onderzoekers en dierverzorgers de juiste opleidingen hebben. De VWA heeft ook gekeken of de dierexperimentencommissies (DEC’s) op basis van de juiste gegevens positief hebben geadviseerd over een dierproef.
In totaal zijn er negen schriftelijke waarschuwingen uitgedeeld. Deze hadden vooral betrekking op de huisvesting van de dieren, het vastleggen van bevindingen in een welzijnsdagboek, het uitvoeren van dierproeven waarover niet van tevoren een advies was uitgebracht door een DEC of het uitvoeren van dierproeven afwijkend van het beschreven onderzoeksplan dat door een DEC van een positief advies was voorzien. In al deze gevallen bleek bij een herinspectie dat inmiddels aan alle eisen werd voldaan.
bron:VWA



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: