Nederland telde in de periode mei-juli 2005 gemiddeld 499 duizend werklozen. Na correctie voor seizoeninvloeden was het aantal werklozen 493 duizend personen, evenveel als in de periode april-juni 2005. De seizoengecorrigeerde werkloosheid is al ruim een half jaar vrijwel constant. In de afgelopen drie maanden was 6,7 procent van de beroepsbevolking werkloos. Een jaar eerder was dit 6,5 procent. Dit blijkt uit de nieuwste cijfersvan het CBS.

Lichte schommelingen in 2005
In de periode mei-juli is de werkloosheid altijd wat hoger. Scholieren en studenten melden zich op de arbeidsmarkt en gaan op zoek naar (vakantie)werk. Na correctie voor deze seizoeninvloeden komt de werkloze beroepsbevolking uit op 493 duizend. De seizoengecorrigeerde werkloosheid schommelt in 2005 tussen de 490 en 498 duizend personen. Begin dit jaar kwamen er gemiddeld per maand nog een paar duizend werklozen bij. Nu gaan er maandelijks zo'n duizend werklozen af.

Arbeidsmarkt voor vrouwen minder rooskleurig
De ontwikkeling laat voor mannen en vrouwen een uiteenlopend beeld zien. Het aantal werkloze vrouwen nam in het afgelopen jaar met 15 duizend toe, terwijl het aantal werkloze mannen vrijwel constant bleef. De teruglopende werkgelegenheidsgroei in de zorg en het onderwijs is hier mede debet aan. De laatste jaren vonden juist veel vrouwen werk in deze sectoren. Momenteel zijn er, absoluut gezien, vrijwel evenveel vrouwen als mannen werkloos. De werkloosheid onder mannen was 5,9 procent in de periode mei-juli 2005. Een jaar eerder was dit 5,8 procent. Onder vrouwen is de werkloosheid gestegen van 7,4 naar 7,8 procent.

bron:CBS