Criminele samenwerkingsverbanden die zich bezig houden met mensensmokkel zijn moeilijk te bestrijden door hun sterke inbedding in etnische gemeenschappen. Dadergroepen blijken vaak allochtoon (afkomstig uit China, Turkije, Somalië), jong en meestal opererend in homogene etnische samenwerkingsverbanden; ruim een kwart van de daders is vrouw. Bijna de helft van de gesmokkelde personen is afkomstig uit China. Ook blijkt dat de stad en haven van Rotterdam een strategische rol  spelen in de organisatie van mensensmokkel.

Dit zijn enkele van de belangrijkste uitkomsten van een studie naar die in opdracht van het Programma Politie en Wetenschap is uitgevoerd door onderzoekers van de sectie Criminologie en Sociologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam. De studie biedt inzicht in de sociale organisatie van mensensmokkelaars, de werkwijze en het internationale karakter van smokkelnetwerken en het belang van Rotterdam voor mensensmokkelorganisaties.
Het onderzoek bestaat uit een analyse van elf opsporingsonderzoeken en beslaat dertien georganiseerde criminele netwerken die zich bezig hebben gehouden met de smokkel van mensen naar en door Nederland, vooral naar het Verenigd Koninkrijk. Er wordt niet alleen aandacht besteed aan verdachte smokkelaars, maar ook aan de wijdere kring van betrokkenen alsmede aan kenmerken van de gesmokkelde migranten.

De onderzoekers onderscheiden twee typen samenwerkingsverbanden: kleinschalige, informele netwerken en grootschalige, professionele netwerken. Het eerste type is homogeen van samenstelling waarbij een gering aantal smokkelaars de transporten organiseert en vaak in samenwerking met leden van de eigen etnische gemeenschap uitvoert. De smokkelaars smokkelen per transport slechts een klein aantal migranten. In dit type samenwerkingsverband spelen ook niet-zakelijke motieven een rol. De gesmokkelde migranten bepalen in belangrijke mate in welk land ze terechtkomen.

Het grootschalige, professionele netwerk heeft een hiërarchische structuur waarbij (dreiging met) geweld een belangrijke rol speelt. Het zijn omvangrijke
grensoverschrijdende netwerken die etnisch homogeen zijn en waarbij de meest risicovolle taken uitbesteed worden aan niet-landgenoten. Dergelijke organisaties selecteren hun klanten niet mits zij het omvangrijke reisbedrag maar betalen. Rotterdam speelt in de opsporingsonderzoeken een rol als transitstad naar Engeland door de strategische ligging en door de logistieke faciliteiten vanwege de aanwezigheid van de haven. De omvangrijke migrantengemeenschappen in Rotterdam bieden de smokkelaars niet alleen nieuwe klanten, maar ook ondersteuning door het beschikbaar stellen van huisvesting, documenten en geld aan gesmokkelde migranten.

De auteurs concluderen dat mensensmokkelaars slechts in beperkte mate gevoelig zijn voor een gewijzigd toelatingsbeleid of intensivering van opsporingsactiviteiten. Ze pleiten voor een dubbele aanpak van mensensmokkel: enerzijds gecoà¶rdineerde, internationale samenwerking ter bestrijding van professionele mensensmokkelorganisaties, anderzijds een lokale aanpak door de regiopolitie ter bestrijding van de kleinschalige, informele mensensmokkelorganisaties. Ten slotte wordt aandacht gevraagd voor de noodzaak om ook de achterliggende oorzaken van mensensmokkel aan te pakken door bijvoorbeeld selectieve en tijdelijke vormen van arbeidsmigratie van laag opgeleide niet-westerse migranten naar Nederland te formaliseren.

Het onderzoeksrapport is uitgegeven in de reeks Politiewetenschap van het Programma Politie en Wetenschap. Dat is een onafhankelijk (onderzoeks)programma dat in mei 1999 is ingesteld door de minister van BZK om het wetenschappelijk onderzoek en de kennisontwikkeling  op het gebied van politie en veiligheid te stimuleren en tevens een impuls te geven aan een betere benutting van onderzoeksresultaten in politiepraktijk en opleiding. Daartoe is een meerjarig onderzoeksprogramma ontwikkeld. De uitvoering van dit programma geschiedt onder leiding van de directeur van het programmabureau, G.C.K. Vlek.

bron:Politie en Wetenschap