Wrakingsverzoek Feyenoord en Van den Herik afgewezen



De wrakingskamer van het Gerechtshof 's-Gravenhage heeft bij beslissing van 15 juli 2005 de wraking van de voorzitter en een raadsheer van de strafkamer van het hof die de strafzaak tegen de Stichting Feyenoord en haar voorzitter Van den Herik behandelt, afgewezen.

Feyenoord en Van den Herik staan bij het hof terecht wegens verdenking van fraude. Volgens de advocaten moest een in het dossier aangetroffen e-mail van de advocaat-generaal aan de toenmalig behandelend voorzitter van de strafkamer van het hof, leiden tot wraking van de huidige voorzitter en een raadsheer van die kamer. In bedoelde e-mail werd in een PS het idee geopperd een bepaalde raadsheer met fiscale achtergrond in de kamer op te nemen.

Uit de wet valt af te leiden dat de communicatie tussen het openbaar ministerie en de voorzitter van de strafkamer over de strafzaak buiten de terechtzitting om, zich in beginsel, dient te beperken tot de voorbereiding van de zitting, tenzij de wet anders toestaat. De wrakingskamer is van oordeel dat de advocaat-generaal met de suggestie over de samenstelling van de kamer in de PS van de e-mail deze norm heeft overschreden.

De suggestie van de advocaat-generaal om een bepaalde raadsheer in de kamer op te nemen heeft echter toentertijd niet geleid tot een samenstelling van de kamer met de desbetreffende raadsheer. Op 24 april 2003 heeft de advocaat-generaal de dagvaarding voor de zitting van 23 mei 2003 ingetrokken. De wrakingskamer heeft vastgesteld dat met de intrekking de eerste fase van de strafzaak is geëindigd.

De wrakingskamer is van oordeel dat op grond van haar onderzoek ter zitting van 4 juli jl. niet gezegd kan worden dat in de tweede fase van het aanbrengen van de strafzaak bij het hof, genoemde PS in de e-mail van 3 april 2005, redelijkerwijs enige rol heeft gespeeld bij de samenstelling van de strafkamer. Er is derhalve niet gebleken van een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid van de voorzitter en een raadsheer van de strafkamer die de zaken thans behandelt.

De raadslieden van de verdachten hadden voorts aangevoerd dat ook inhoudelijk over de zaak was gecommuniceerd in de e-mail van 3 april 2003 alsmede in een e-mail van 17 april 2003 hetgeen eveneens tot wraking zou moeten leiden. De wrakingskamer heeft ook deze grond voor wraking verworpen nu uit het onderzoek in de wrakingszaak is gebleken dat die gegevens ook ter kennis van de raadslieden zijn gebracht/gekomen, terwijl deze kwesties bovendien ter zitting kunnen worden besproken.

Wraking
Advocaten en/of Openbaar Ministerie kunnen wraken wanneer er feiten of omstandigheden zijn waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden (art. 512 Wetboek van Strafvordering). Wanneer advocaat en/of Openbaar Ministerie een rechter of rechters wraken schorst de behandelde kamer van het hof op dat moment de lopende zitting. Een wrakingskamer bestaat uit andere rechters dan de rechters die de zaak behandelen. Deze wrakingskamer beslist vervolgens over het wrakingsverzoek van advocaat en of Openbaar Ministerie. Wordt de wraking toegewezen, dan zullen andere rechters de (lopende) zaak behandelen. Wordt de wraking afgewezen, dan wordt de procedure met dezelfde rechters hervat.

bron:Gerechtshof Den Haag



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: