Op het eiland Borneo leven nog ongeveer 2.000 dwergolifanten; een ondersoort van de bedreigde Aziatische olifant. Pas in 2003 werden deze uitsluitend op Borneo levende olifanten dankzij DNA-onderzoek geclassificeerd als een aparte ondersoort van de Aziatische olifant.

Dwergolifanten hebben hun naam te danken aan het feit dat ze wat kleiner zijn dan de gemiddelde Aziatische olifant, hoewel deze 'dwergen'  - ongeveer 3 meter groot en met een gewicht oplopend tot maximaal 4500 kilo - nog altijd behoren tot
's werelds grootste landdieren. Het Wereld Natuur Fonds heeft samen met lokale instanties deze zomer voor het eerst 5 dwergolifanten voorzien van satelliet-zenders.  Het volgen van de olifanten zal belangrijke informatie opleveren over hun gedrag en leefgebied.

De zenders, bevestigd aan een halsband, versturen enkele keren per dag
GPS-coà¶rdinatoren naar een satelliet. Op deze manier zijn de bewegingen van de
gezenderde olifanten gedurende 18 maanden (levensduur van de batterij) nauwkeurig te volgen. In een maand tijd zijn 5 vrouwelijke olifanten gezenderd, allen deel uitmakend van een andere kudde en levend in 5 verschillende gebieden in Sabah. De gezenderde olifantendames zijn Rozelis, Taliwas, Nancy, Bod Tai en Penelope gedoopt. Het Amerikaanse Wereld Natuur Fonds (coà¶rdinator van dit project) werkt aan een webkaart zodat niet alleen de onderzoekers, maar iedereen de bewegingen van deze 5 olifanten kan volgen.

'In tegenstelling tot zijn grotere familieleden, is de dwergolifant nog nauwelijks
bestudeerd en voor ons dus nog een mysterieus dier. Wij willen in kaart brengen hoe groot het gebied is waarin de olifanten leven, welke afstanden de olifanten afleggen en waar naartoe, hoe vaak zij jongen krijgen en tot slot beter kunnen inschatten hoeveel olifanten er nog zijn. Dit allemaal om deze unieke maar bedreigde diersoort beter te kunnen beschermen' aldus Christy Williams van het Wereld Natuur Fonds.

Belangrijkste bedreiging voor de dwergolifant is het verdwijnen van zijn leefgebied, door illegale houtkap en oprukkende palmolieplantages. De dwergolifanten komen alleen nog voor in Sabah, het Maleisische deel van Borneo, in de omgeving van de Kinabatangan rivier. Langs deze rivier is het regenwoud al in ernstige mate versnipperd, met name door de aanleg van grootschalige oliepalmplantages. Wat resteert zijn 'eilandjes' regenwoud in een zee van plantages. Dit veroorzaakt grote problemen voor de dieren die in het gebied
leven, naast dwergolifanten ondermeer orang-oetans, neusapen en Sumatraanse neushoorns.Versnippering van leefgebied maakt het voor dieren moeilijk om soortgenoten (bijv. belangrijk voor voortplanting) en voedsel te vinden.

Ook doen zich met name tussen olifanten en mensen in toenemende mate conflicten voor als olifanten ineens een palmolieplantage op hun weg treffen. Olifanten eten de vruchten en bladeren van de oliepalmen op, dit tot frustratie van de plantage-eigenaar, die de olifanten soms uit woede doodt. Onlangs troffen vissers nog het lichaam en afgehakte hoofd van een dwergolifant aan, drijvend in de Kinabatangan rivier.

Het Wereld Natuur Fonds werkt in Sabah aan het herstellen van de natuur langs de
benedenloop van de Kinabatangan. Uiteindelijk doel is dat er weer een natuurlijke
verbinding ontstaat, een zogenaamde 'Corridor of Life', tussen de resterende stukken bos. Zo heeft het wild meer ruimte om zonder conflicten met mensen vrij rond te trekken. Daarnaast richt het Wereld Natuur Fonds zich op het tegengaan van de aanleg van destructieve infrastructuur zoals wegen, fabrieken en andere vaak illegale praktijken. Op internationaal niveau werkt het Wereld Natuur Fonds samen met bedrijven en andere maatschappelijke organisaties aan de totstandkoming van afspraken en richtlijnen over hoe palmolie op duurzame wijze geoogst kan worden. Belangrijk criterium is bijvoorbeeld dat er geen regenwoud gekapt mag worden voor de aanleg van een plantage.

bron:WWF