Zeven Europeese landen voor de rechter wegens onvoldoende toegang publiek tot milieuinfo



De Europese Commissie heeft zeven lidstaten formeel verzocht een EU-richtlijn in hun nationale wetgeving om te zetten waardoor het publiek betere toegang tot milieu-informatie krijgt. Als de burger toegang heeft tot informatie zoals de resultaten van milieueffectbeoordelingen, de gezondheidseffecten van emissies enz., maakt hij meer kans om de beleidsvorming op milieugebied te beïnvloeden.

 

De richtlijn had op 14 februari 2005 in nationale wetgeving moeten zijn omgezet. De betrokken lidstaten zijn België, Frankrijk, Italië, Griekenland, Hongarije, Luxemburg en Spanje. Als een lidstaat aan dit verzoek geen gevolg geeft, kan de Commissie de zaak voor het Europees Hof van Justitie brengen. Deze maatregelen maken deel uit van een reeks inbreukprocedures op milieugebied tegen verscheidene lidstaten, die de Commissie nu aankondigt.

Milieucommissaris Stavros Dimas: "De nieuwe richtlijn is een belangrijke stap naar meer transparantie in de beleidsvorming op milieugebied. De burgers van Europa hebben nu niet alleen de vrijheid maar ook het recht om milieu-informatie te krijgen die door een overheidsinstantie wordt beheerd of vergaard. De lidstaten moeten de richtlijn echter wel in nationale wetgeving omzetten zodat hun onderdanen dit recht ook in de praktijk kunnen uitoefenen."

Toegang tot milieu-informatie

De nieuwe richtlijn inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie vervangt een eerdere richtlijn die dateert van 1990. De nieuwe richtlijn verleent de burger het recht op milieu-informatie die door een overheidsinstantie wordt beheerd of vergaard, b.v. gegevens over emissies in het milieu, het effect daarvan op de volksgezondheid of resultaten van milieueffectbeoordelingen. De richtlijn spoort met het bepaalde in het Verdrag van Aarhus van 1998, waarbij de Europese Gemeenschap sedert mei 2005 partij is.

De richtlijn halveert de termijn waarover overheidsdiensten beschikken om de gevraagde informatie te verstrekken (van twee tot één maand). Zij verduidelijkt de omstandigheden waarin de overheid kan weigeren informatie te verstrekken: de toegang tot informatie moet worden verleend wanneer het algemene belang dat is gediend met openbaarmaking zwaarder weegt dan het specifieke belang dat is gediend met de weigering om openbaar te maken.

Zij verplicht de lidstaten ook het publiek de mogelijkheid te bieden beroep aan te tekenen tegen het handelen of nalaten van een overheidsdienst in verband met een verzoek om milieu-informatie.

Aangezien België, Frankrijk, Italië, Griekenland, Hongarije, Luxemburg en Spanje de richtlijn nog niet in nationale wetgeving hebben omgezet, heeft de Commissie besloten deze staten een laatste schriftelijke aanmaning te sturen.

Gerechtelijke procedure

Artikel 226 van het Verdrag verleent de Commissie bevoegdheden om gerechtelijke stappen te ondernemen tegen een lidstaat die zijn verplichtingen niet is nagekomen.

Als de Commissie van oordeel is dat er sprake kan zijn van een inbreuk op EU-wetgeving die de inleiding van een inbreukprocedure rechtvaardigt, stuurt zij een eerste "schriftelijke aanmaning" aan de betrokken lidstaat met het verzoek om tegen een bepaalde datum - meestal binnen twee maanden - opmerkingen in te dienen.

In het licht van het antwoord van de betrokken lidstaat of het ontbreken daarvan, kan de Commissie besluiten een "met redenen omkleed advies" (tweede schriftelijke aanmaning) tot de lidstaat te richten. Daarin wordt duidelijk en definitief uiteengezet waarom zij van mening is dat er een inbreuk op de EU-wetgeving is geweest en wordt de lidstaat verzocht om binnen een bepaalde periode, meestal twee maanden, zijn verplichtingen na te komen.

Als de lidstaat geen gevolg geeft aan het met redenen omklede advies, kan de Commissie besluiten de zaak voor te leggen aan het Europese Hof van Justitie. Als het Hof van Justitie tot het besluit komt dat er sprake is van een inbreuk op het Verdrag, moet de lidstaat die de overtreding heeft begaan alle nodige maatregelen treffen om aan zijn verplichtingen te voldoen.

De in deze persmededeling vermelde inbreukprocedures worden gevoerd op grond van artikel 226, tenzij anders is vermeld.

Vervolgprocedure

Artikel 228 van het Verdrag geeft de Commissie de bevoegdheid om op te treden tegen een lidstaat die geen gevolg heeft gegeven aan een eerder arrest van het Europees Hof van Justitie, opnieuw door middel van een eerste schriftelijke aanmaning en daarna een tweede en definitieve schriftelijke aanmaning ("met redenen omkleed advies"). Dit artikel voorziet vervolgens in de mogelijkheid voor de Commissie, het Hof te verzoeken de lidstaat een dwangsom op te leggen.

bron:EU



Comments are closed.
%d bloggers liken dit: