CNV Publieke Zaak vindt de plannen van het kabinet voor de collectieve sector zeer
teleurstellend. Het beloofde zoet zit er voor de werknemers bij de overheid en de
zorgsector niet in. Dit blijkt uit de Miljoenennota voor 2006. Terwijl de lonen in het bedrijfsleven naar verwachting met 1,5 procent zullen stijgen, blijven de werknemers uit de collectieve sector volgens de Miljoenennota hierbij sterk achter. Onacceptabel, aldus CNV Publieke Zaak.

De lonen voor de overheidswerknemers kunnen volgens het kabinet alleen stijgen als de pensioenpremies dalen. CNV Publieke Zaak vindt dat er geen enkele reden is de lonen van werknemers in het bedrijfsleven en de collectieve sector uit elkaar te laten lopen. Daarom hebben alle CNV-bonden een looneis bij de werkgevers neergelegd van 1,5 tot 2 procent. Bij een verwachte economische groei van 2,5 procent is dit alleszins redelijk. CNV Publieke Zaak eist verder dat topinkomens dezelfde loonsverhoging moeten krijgen als de andere werknemers.

Ambtelijke status
Het kabinet zwengelt opnieuw de discussie aan over de ambtelijke status. Uitgangspunt hierbij is dat voor ambtenaren en andere werknemers dezelfde regels gelden als het gaat om aanstelling, arbeidsvoorwaarden, pensioen, medezeggenschap en sociale zekerheid. Alleen bij hoge uitzondering kan hiervan worden afgeweken. Er ligt inmiddels een nieuw vertrouwelijk rapport over deze kwestie waarover het kabinet binnenkort een standpunt zal bepalen. Op voorhand is CNV Publieke Zaak kritisch over de visie van het kabinet. Juist in de afgelopen jaren is weer gebleken dat het kabinet politiek bedrijft met de arbeidsvoorwaarden van het eigen personeel. Want terwijl het bedrijfsleven werd opgeroepen de lonen te matigen, werd de bevriezing van de lonen voor het overheidspersoneel gewoon in de begrotingen aan het parlement. Bij onderhandelingen hoort daarom ook een volwaardige positie van de bonden bij het arbeidsvoorwaardenoverleg.

Loonruimte differentiëren
Afwijzend staat CNV Publieke Zaak tegenover het plan om voor bepaalde overheidssectoren meer loonruimte beschikbaar te stellen. Bijvoorbeeld omdat er een tekort is aan onderwijzers. Het onderwijzend personeel zou dan extra geld kunnen krijgen dat ten koste gaat van het overige overheidspersoneel. We vinden dat alle werknemers in de collectieve sector een fatsoenlijk salaris moeten verdienen. Onderscheid naar krapte op de arbeidsmarkt vindt CNV Publieke Zaak oneigenlijk. Hetzelfde geldt voor de aankondiging om de arbeidsduur weer op 40 uur te brengen. Maar de arbeidsduurverkorting is indertijd duur betaald door er salaris voor in te leveren. De werkweek mag niet verhoogd worden zonder de daarbij passende beloning. Bovendien kunnen werknemers er nu al voor kiezen 40 uur te gaan werken.

Prestatiebeloning
Het kabinet stelt dat via prestatiebeloning de beperkte financiële middelen selectief kunnen worden ingezet. Prestatiebeloning is op zijn minst een omstreden onderwerp dat voor werknemers en organisatie heel nadelig kan uitpakken. Het kabinet wil tot een meer prestatiegerichte cultuur komen. Dat klinkt vooralsnog als een heilloze weg.

Het kabinet wil werk maken van de scholing van oudere werknemers. In de ogen van het kabinet kan dat door mensen te stimuleren in deeltijd te gaan werken of door een flexibeler inzet. Deze plannen voor leeftijdsbewust personeelsbeleid klinken constructief en kunnen in het arbeidsvoorwaardenoverleg verder worden besproken. Een minpunt is de gedachte om bij ontslag de hoogte van de ontslagvergoeding te koppelen aan de scholingsinspanningen die een werknemer heeft geleverd. Verdere verslechteringen in de werkloosheidsregelingen zijn wat ons betreft niet bespreekbaar en bovendien is het een illusie te denken dat werknemers hun scholing zodanig kunnen beïnvloeden dat zij daarop bij ontslag kunnen worden afgerekend.

bron:CNV Publieke Zaak