De Europeese Rekenkamer laat weinig heel van het beleid van de Europeese commissie met Azië. Economische samenwerking in Azië wordt ten uitvoer gelegd door middel van bilaterale projecten tussen de Commissie en individuele begunstigde landen, regionale programma's voor subregio's, en programma's "voor heel Azië", met partners in zowel de lidstaten als Aziatische landen.

Tussen 2000 en 2004 legde de Commissie 509 miljoen euro vast voor economische samenwerking. De Rekenkamer heeft onderzocht in hoeverre de Commissie een strategie had uitgezet die leidt tot het meest doeltreffende gebruik van de steun in verband met economische samenwerkingsactiviteiten in Azië, en of de Commissie de tenuitvoerlegging van deze steun doeltreffend beheert.

De controle van de Rekenkamer omvatte bezoeken aan Aziatische partners in India, Vietnam en China, en Europese partners in Duitsland, Spanje, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.

De Rekenkamer heeft geconstateerd dat de strategie van de Commissie onvoldoende gericht is. Zowel de beleidsmatige als de operationele strategie bleek zeer breed te zijn, hetgeen leidt tot sterk uiteenlopende projecten op tal van verschillende gebieden, met soms al te ambitieuze doelstellingen, en zonder geschikte indicatoren voor het bewaken van de voortgang en het beoordelen van de doeltreffendheid. Hierdoor was het moeilijk, de algemene impact van de steun te meten en is de basis voor een beoordeling van de algemene doeltreffendheid en doelmatigheid van de uitgaven beperkt.

Met betrekking tot het door de Commissie gevoerde uitgavenbeheer op het gebied van economische samenwerking heeft de Rekenkamer geconstateerd dat zich bij bilaterale projecten zowel tussen de vaststellingsfase en het begin van de projecten als gedurende de tenuitvoerlegging grote vertragingen hebben voorgedaan. Dit ging ten koste van de output en impact van de projecten, en leidde er in bepaalde gevallen toe dat deze werden afgebroken. Het niveau van bewaking was niet altijd toereikend en zo er al beoordelingen werden verricht, vonden deze niet altijd tijdig plaats. Van bijna de helft van de gecontroleerde projecten was het twijfelachtig of deze potentieel duurzaam waren.

Voor de projecten voor heel Azië gold een zware en complexe aanvraagprocedure, maar de delegaties boden aanvragers geen ondersteuning waar dit wellicht nuttig had kunnen zijn. De gecontroleerde projecten hadden positieve resultaten opgeleverd, waaronder een aanzienlijk aantal bereikte begunstigden, en hun projecten werden in het algemeen goed bewaakt. Het was echter niet duidelijk of de duurzaamheid gewaarborgd was.

bron:Europeese Rekenkamer